De Vredeswens

In de eucharistieviering wenst de voorganger soms de aanwezigen de ‘Vrede des Heren’ (pax Domini) en nodigt de kerkgangers uit, zoals het missaal aanraadt: ‘Wenst elkaar de vrede.’ Zeker als de buren min of meer vreemden voor elkaar zijn, geven ze vaak onwennig en lacherig elkaar de hand. Het is alsof de plechtigheid of ernst van de eucharistieviering plotseling wordt doorbroken en dat werkt tegelijk hilarisch en bevreemdend.

Of betreft dit alleen nuchtere Nederlanders?

In het maatschappelijk leven is bij kennismaking of afscheid een handdruk heel gewoon, maar in een liturgische situatie is de sfeer heel anders. Deze vredeswens is een voelbaar en symbolisch gebaar dat eenheid en onderlinge verbondenheid uitdrukt.

Dit komt al in de oude kerk voor, maar toen was het teken van vrede geen handdruk maar een kus. Het tijdstip van de vredeskus is verschillend geweest, maar paus Innocentius I (401-417) wilde hem na het ‘Onze Vader’ en vóór de communie plaatsen. Ook Augustinus koos voor dit tijdstip en zegt: ‘Wanneer de vrede wordt gewenst, kussen de gelovigen elkaar met een heilige kus (preek, 227)’. Deze plaats heeft in het vervolg de voorkeur gekregen. In de late middeleeuwen kusten de kerkgangers elkaar niet meer. Ze gebruikten een zogenaamd paxtafeltje. Dit was een klein bordje, versierd met christelijke symbolen en voorzien van een handvat. Het werd bij de vredeswens eerst door de voorganger gekust die het dan aan de kerkgangers doorgaf om gekust te worden. Of die bordjes in alle kerken gebruikt werden is de vraag, want er zijn maar weinig exemplaren in musea bewaard gebleven. Na de 17e eeuw raakten ze in onbruik zoals ook de vredeswens van gelovigen.

Pas met de uitgave van het nieuw Romeins missaal, door Rome in 1970 voorgeschreven, vinden we opnieuw een vredesgebaar. Het missaal zegt: ‘Wat het vredesgebaar zelf betreft, moeten de bisschoppenconferenties de vorm vaststellen, naar de aard en gewoonte der volken.’ In Nederland is het de handdruk geworden. Dit is een teken van saamhorigheid en vanouds een voorbereiding op de heilige communie, waarin onze verbondenheid met Jezus Christus en met elkaar tot uitdrukking wordt gebracht.

Toon Brekelmans, kerkhistoricus