Mariamaand

door Toon Brekelmans, Kerkhistoricus

De maand mei heeft in westerse landen een symbolische betekenis gekregen die verwijst naar Maria. Het is een gevolg van de grote en populaire Mariaverering in de middeleeuwen. In die tijd en later had iedere kerk een Maria-altaar met een beeld of schilderij van haar. Ook waren er veel bedevaartsoorden met een wonderdadig beeld. Tot haar verering behoorde ook het vlechten van bloemenkransen, waarmee het beeld werd omhangen en versierd. Soms was het een krans van rozen. Deze rozenkrans werd ook symbolisch en geestelijk verstaan en dan waren het weesgegroetjes die ter ere van Maria werden gebeden. 

Bijzondere mariale symbolen waren de roos en de lelie. Laatmiddeleeuwse schilders stelden haar voor omkranst met bloemen of gezeten in een bloementuin. Dit deed denken aan het aardse paradijs en de oude Eva die vóór de zonde maagdelijk was. Maria werd immers al in de oude kerk als de nieuwe Eva gezien. Maria werd de schoonste van alle vrouwen genoemd en daarom paste de bloemrijke en schone maand bij haar. Dus werd de maand mei die als de bloeimaand gold, na de middeleeuwen aan Maria toegewijd.

Hierin hebben de Jezuïeten een belangrijke rol gespeeld. Vooral door hen kreeg de maand-mei-devotie een vaste vorm. Toonaangevend was o.a. het boekje van A. Dionisi S.J.: ’De maand van Maria ofwel de maand mei’ (Verona,1725) dat in honderd jaar 18 uitgaven kende. Hierin staat zelfs een hoofdstukje over de versiering van het Maria-altaar en beeld. 

Ook werd het zogenaamde Marialof in parochiekerken gepropagandeerd. In het midden van de 19e eeuw was de devotie vanuit Italië in heel Europa verspreid. Niet-westerse landen hebben vanwege een ander klimaat en andere bloementijd een andere maand gekozen. Zo oktober in Brazilië, november in andere Zuid-Amerikaanse landen, oktober in India en december in het Koptische Egypte. Pausen hebben maar spaarzaam de mei-maand-devotie  bevorderd. Wel publiceerde Paulus VI op 29 april 1965 de encycliek ‘Mense maio’ (de maand mei) met een oproep tot gebed tot de maagd Maria voor de noden in de wereld, maar de volksdevotie had al in westerse landen haar beste tijd gehad. Toch is ze nog steeds min of meer levend, opvallend in de vorm van bedevaarten naar een heiligdom van Maria.