Het Parochieel Koor

Koorreisje in 1957. Bovenste rij van L naar R, Gerrit Groot Koerkamp, Hein Groot Koerkamp, Bertus Oosterwegel, Henny Bloemenkamp, Carl van den Beld, Herman Oosterwegel.
Onderste rij van L naar R, Joop van Diessen, Gerard Schiphorst, Herman Haarman, Bertus Groot Koerkamp.

Joppe is van oudsher een agrarische gemeenschap. Een echte dorpskern was er niet en is er nog niet. De kerk stond in het midden – die staat daar in 2018 al 150 jaar, gebouwd door de baron die kasteel Joppe bewoonde – tegenover de kerk stond een café, er was een bakker, de bosbaas van de baron woonde aan de ene kant van de kerk en zijn jachtopziener huisde aan de andere kant van de kerk.

Het herenkoor uit die tijd was een bijzondere club mensen. De caféhouder was tevens organist/dirigent.  De bosbaas was tevens doodgraver en koorzanger. Verder bestond het koor uit 5 tot 8 agrariërs uit de parochie en Gradus. Gradus was vrijgezel en klompenmaker, hij had een huis bij de IJssel maar daar verbleef hij alleen ’s nachts. Overdag was hij en route, naar zijn werk, maar vooral bezocht hij wekelijks op de fiets een tiental adressen waar hij de aardappels schilde, een zeis haarde, kippen slachtte of een andere tegenprestatie leverde voor de maaltijd en de borrel die hij kreeg voorgezet. In zijn goede jaren vrolijkte hij bruiloften op met de harmonica. Gradus was bijna 60 jaar een zeer trouw koorlid en voorzanger; menigmaal zong hij het lof op zijn eentje. In 1967 verongelukte hij bij het oversteken.

Al veel eerder was ook de caféhouder/organist verongelukt bij het oversteken. Hij werd als organist opgevolgd door Carl van den Beld, antiekhersteller uit Deventer, een man die leefde voor de muziek en die naast organist een goede fluitist was. Georg Telemann was zijn favoriete componist. Carl had er een zware klus aan om iets van zijn muzikale inspiratie over te brengen op de koorleden maar hij volhardde tot het laatst toe, toen hij ver in de 80 was en de koortrap niet meer op kon.

Midden jaren 70 van de vorige eeuw werd er naast het herenkoor een dameskoor opgericht. Enkele jaren waren er twee koren die allebei wilden zingen en hun plek opeisten; de heren lieten daarbij de dames niet voorgaan. Pastoor Sloot was daarom van aanvang af voorstander van samengaan van de koren. Bij het 40-jarig priesterjubileum van de pastoor in 1979 moest er iets speciaals ingestudeerd worden, een 3-stemmige mis van Botazzo. Ad Jimkes,  directeur van de muziekschool in Deventer en tevens parochiaan, bracht de beide koren samen, haalde er enige versterking bij en studeerde de mis in. Vanaf die tijd bestaat het huidige gemengd koor. Jimkes vertrok na korte tijd naar een groter koor; er waren daarna in betrekkelijk korte tijd enkele wisselingen van dirigent en organist.

Ad van Noije

Het koor begon aan een nieuwe periode in 1982 met de komst van Ad van Noije die al lid was van het koor en aanbood, na vertrek van de dirigent, om als dirigent waar te nemen. Dat waarnemen duurde, met een korte onderbreking, 25 jaar. Ad heeft het koor enorm tot bloei gebracht. Hij nam het koor mee in zijn enthousiasme voor de muziek, niet alleen omdat hij een voortreffelijke dirigent was maar ook door de keuze van het repertoire. De bloeiperiode die volgde, was mede mogelijk door een krachtige tenor, Ton Gerritsen en een degelijke organist, Theo Mokkink, die vanaf 1986 het koor begeleidt. Ton Gerritsen nam in enkele tussenliggende perioden ook waar als dirigent.

Koor (2017)

In 1992 sloten de Lazaristen van Het Spyk in Eefde de deuren. Hier was ook een kerkkoor actief. Een belangrijk deel van de leden sloot zich na de sluiting in Eefde aan bij het koor in Joppe. Opeens was het koor in Joppe bijna twee keer zo groot en bovendien brachten de nieuwe leden ook nieuw elan! Vanaf 2007 is Piet Klein Rouweler de dirigent. Piet borduurt voort op de lijn die was ingezet. Hij doet dit op zeer betrokken wijze en houdt het koor bijeen in een periode waarin er veel neergang binnen de kerk bestaat. Het koor heeft nu 22 leden. Zoals overal is er sprake van een gevorderde leeftijd bij veel van de leden, maar het zingen houdt hen jong van hart.

Jo Oosterwegel