Op weg naar het Kerstfeest

door diaken Leon Everts

Terwijl ik dit artikel schrijf zien we nog uit naar het hoogfeest van St. Willibrord en Christus Koning van het heelal. De kerken van Hengelo, Olburgen, Ruurlo, Steenderen en Vierakker zijn vernoemd naar St. Willibord. De kerk van Vorden is vernoemd naar  Christus Koning en de grote kerk van Baak naar St. Martinus van Tours. Voor onze parochie HH. Twaalf Apostelen is het dus nog even wachten op de eerste week van de advent. Maar al werden we de week na Allerzielen getrakteerd op een zachte herfstweek, de winter komt er hoe dan ook aan. De dagen worden korter en de nachten langer. De kinderen ontsteken de lampionnen  op 11 november, de dag van St. Martinus van Tour. Zij gaan van deur tot deur, van huis naar huis. Maar terwijl u dit leest zitten we al in de adventsperiode.

Wat is het ritme van het kerkelijk jaar toch mooi, diep van inhoud en afwisselend. De grootsheid van het Christus gebeuren en het mysterie van de schepping en de verlossing liggen verspreid over een vol kerkelijk jaar, dat afloopt met het feest van Christus Koning en begint met de eerste zondag van de advent. Weet u dat het kerkelijk jaar negentien hoogfeesten heeft? We hebben er al twee genoemd. Maar er is er maar één in de adventsperiode en wel op 8 december: het hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, de Moeder van de Heer. Zijn Moeder, onze Moeder. U bent van harte welkom, wanneer pastor Anton ten Klooster op deze dag zal voorgaan in de Eucharistieviering om 9.00 uur in de H. Willibrordkerk te Hengelo.

Stap voor stap gaat de Heer ons voor in de uitleg van het kerkelijk jaar. Ja, stap voor stap. Trede voor trede. Zonder zevenmijlslaarzen. Eind oktober konden we al de eerste kerstspullen kopen. Steeds vroeger worden Kerstliederen en medleys gezongen en hangen de ballen eind november al in de bomen. Na 5 december is er geen houden meer aan. De Kerstcommercie draait op volle toeren. Maar nog is er niets geboren. En als het Kerstfeest maar net is begonnen, gaan sommige mensen ineens over op de orde van de dag. Ik heb een koor gekend dat op de tweede Kerstdag geen Kerstliederen meer wilde zingen. Het besef dat God mens is geworden, vraagt tijd en overdenking en een zorgvuldige voorbereiding van hart, ziel, geest en leven.

Enkele jaren geleden viel het mij op dat in Zuid-Duitsland de Kerststal pas op 2 februari wordt opgeborgen. Dat geeft ruimte en rust in ons jachtige leven waarin de waan van de dag zich dikwijls opdringt. Want wat zijn we toch allemaal druk. Het Kerstkind bepaalt de orde van de dag. Ook die van de nacht. En die nacht van alle nachten is nog ver weg. Eerst de advent. Het  wachten, het uitzien naar, komt er aan. Advent is tijd om te luisteren naar bijvoorbeeld de prachtige lezingen in de eerste drie van de vier  zondagen van de advent, waarin de grote profeet Jesaja ons oproept om ons te wenden en te bekeren tot de God van Abraham, Isaäk en Jacob:

“Gij alleen zijt God, en Gij staat bij al wie op u durft te hopen. Gij komt hen tegemoet die met vreugde gerechtigheid beoefenen. Die bij al wat ze doen aan U denken.” (Jes. 64, 3b-4).

Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen (Jes. 40, 11a). Jesaja trekt lijnen van licht en lijnen van hoop.  Hij wil jubelen en juichen in de Heer. Hij heeft het over het afkondigen van het genadejaar van de Heer. Advent 2011:  God klopt op uw en mijn hart. Hij wil bij u zijn, in uw hart, in mijn hart. Hij wil onder mensen wonen. Bij mensen zoals u en ik. Broos als een kind, het kind van Bethlehem. Zo komt God tot ons. Kwetsbaar en klein. Hij vecht niet. Zo is onze God. Ontwapend.

Namens mijn collega’s van het pastoraal team, Fred Hogenelst, Anton ten Klooster en Jaap van Kranenburg, maar ook namens mijn drie collega’s in het diakenambt,Theo ten Bruin, Jan van Heugten en Günther Oude Groen en onze drie parochiemedewerkers Margriet te Morsche, Marian Storteler en Gerry Spekkink wensen wij u allen een inspirerende adventstijd. Advent: tijd voor gebed en bezinning. Tijd voor God en tijd voor elkaar.

Moge wij de wapens waarmee wij soms ten strijde trekken uit ons leven verwijderen. Weg met de jaloezie, weg met roddels. Je hart opruimen.  Sluit niemand uit uw hart en vergeef met vreugde. Want zo is onze God. Dat er licht mag zijn in uw ogen. Ja, licht om het ware en het goede te zien en  te doen. Licht en warmte onder mensen. Dat we het licht gunnen in andermans ogen en onze ogen niet sluiten voor onrecht.