Merel

door Wim Verholt

Tussen de dicht opeen gegroeide takken van de beukenhaag en alleen beschermd door de dorre bladeren, die er aan blijven tot de nieuwe knoppen ontluiken, heeft een merel het nest gevlochten. Diep weggedoken zit het wijfje in het komvormige nest, alleen het kopje en de staart steken er wat boven uit. Onbegrijpelijk zo slordig als de merels met de plaatskeuze van hun nest zijn. Alle mogelijke plaatsen nemen ze voor lief, zowel de spar in een stil bos als  een plekje in een schuur nabij het lawaai van mensen vinden ze geschikt.

Het nest wordt gevlochten van plantenmateriaal. Maar ook de merels gaan met de tijd mee en gebruiken nu moderne bouwstoffen, zodat menig nest doorvlochten is met slierten pastic. Meestal bestaat een legsel uit 4-5 groenachtige eieren met bruin-zwarte vlekjes. Niet zelden wordt daarna nog een tweede of zelfs een derde legsel uit gebroed, zodat het broedseizoen voor de merels van maart tot augustus duurt.

Merels zien we het hele jaar om ons heen, iedereen kan zonder veel moeite kennis maken met deze vogels, die vanuit de bossen steeds dichter naar de mensen zijn gekomen. Vroeg in de morgen is nu de merelzang al te horen. De mannetjes zingen letterlijk uit volle borst, want vogels hebben geen stembanden in de keel, het geluid wordt gevormd door een stemorgaan dat zich bij het eind van de luchtpijp bevindt, het zogenaamde zangstrottenhoofd. Dit is een orgaan dat alleen bij vogels voorkomt. De merel-mannetjes zijn diepzwart en hebben na plm. 1 jaar een fel oranje snavel, de wijfjes zijn bruin, hun snavel mist de oranje kleur en is eveneens donkerbruin.

In onze streek wordt deze vogel ook wel Gieteling genoemd. Ze behoren tot de groep lijsters, waarvan ook de Zangljjster een goede bekende voor ons is. Bij deze soort (Zanglijster) is het mannetje, wat de kleur van het verenkleed betreft, niet van het wijfje te onderscheiden. Alleen de prachtige volle zang, mooier nog als dat van de Merel, laat ons weten dat we met het mannetje te doen hebben, het wijfje zal dan waarschijnlijk ergens in de omgeving broeden.

Het nest van de Zanglijster is eveneens ’n komvormig nest van droog plantenmateriaal, maar  bovendien is de binnenzijde geheel glad gemetseld, gelijk een nap.  Ook de Zanglijster legt 4-6 eieren, maar ze zijn blauw en hebben zwarte vlekjes. Meestal broedt de Zanglijster twee keer. Na het broedseizoen blijven ze nog tot ver in het najaar in ons land, slechts 2-3 wintermaanden verblijven ze in het zuiden van Europa.

De merels zien we het hele jaar om ons heen, hoewel ook van deze vogels een aantal naar het zuiden trekken. Moeilijke dagen beleven ze dan, want de zuiderlingen zijn verzot op gebraden lijsters. Gelukkig blijven er nog ruim voldoende van deze vogels over om het voorjaar op te fleuren met hun heldere zang die nu te horen is vanaf het dak in de stad tot in de top van een spar.