Het Weesgegroet

door Toon Brekelmans, Kerkhistoricus

Wees gegroet, Maria

Wees gegroet, Maria, vol van genade,
de Heer is met U,
gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
en gezegend is Jezus, de Vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God,
bid voor ons, zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.

Een van de populairste gebeden, uitgesproken en gezongen, is het Weesgegroet ofwel het Ave-Maria, maar aanvankelijk bestond er alleen een korte versie. Die is ontleend aan het evangelie van Lucas. Toen de engel Gabriël de blijde boodschap aan Maria bracht (feest 25 maart) begroette hij haar: ‘Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u.’
En bij het bezoek van Maria aan Elisabet riep deze uit: ‘Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.’  Alleen deze teksten, met elkaar verbonden, vormden eeuwenlang het Weesgegroet. Ze komen in het westen het eerst voor rond 650 in een Grieks inschrift in de kerk, Sancta Maria Antiqua, te Rome. Op het einde van die eeuw werd  dit Weesgegroet als offerlied gebruikt in de pausmis op het feest van Maria Boodschap. Vanaf de 10e eeuw maakte het deel uit van het kleine officie van de maagd Maria. Dit was een getijdenboek voor geestelijken dat ook werd aanbevolen voor leken. Niet alleen in kloosters maar ook daarbuiten werd het Weesgegroet met de opkomst van de Mariadevotie een zeer populair privé gebed.

De kroniekschrijver Herimannus van Doornik vertelt ons eind 11e eeuw  van een visioen, waarin Maria over de adellijke dame Ada zegt: ‘De groet van de engel is voor mij op aarde het begin van de blijdschap geweest. Hieraan herinnert ze mij iedere dag zestigmaal, twintigmaal plat ter aarde liggend, twintigmaal geknield en twintigmaal staande in de kerk, op haar kamer of op een eenzame plaats. Telkens herhaalt ze dan voor mij: Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u, gezegend zijt gij onder alle vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.’

Volgens een eigentijdse levensbeschrijving bad de heilige Aybert van Crespin, benedictijns kluizenaar (gestorven 1140), iedere dag 150 maal het Weesgegroet met iedere keer een kniebuiging. Deze vermoeiende gebedsoefening wordt gezien als een voorloper van het rozenkransgebed dat immers uit 15 tientjes bestaat. De heilige Mechtild van Hackeborn (gestorven in 1299) kreeg een visioen van Maria die haar de opdracht gaf dagelijks drie Weesgegroeten te bidden. Ze bad het derde om Maria’s bijstand te vragen in het uur van haar dood. Een Middelnederlandse vertaling laat Mechtild zeggen: ‘Ic bidde di, maget Maria, dattu mi bi wesen wilste in die ure mijnre doot.’

Een brevier van de Karthuizers uit 1350 bevat het gebed:’Heilige Maria, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van de dood. Amen.’ Zo zijn er in de middeleeuwen elementen te ontdekken van het tweede gedeelte van het huidige Weesgegroet. De definitieve en officiële vorm hiervan verscheen in de Romeinse Cathechimus van 1566 in opdracht van het concilie van Trente en Paus Pius V. 

De tekst van het ‘weesgegroet’  luidt in het Latijn als volgt:

Ave, Maria, gratia plena,
Dominus tecum.
Benedicta tu in mulieribus,
et benedictus fructus ventris tui,
Iesus.
Sancta Maria, Mater Dei,
ora pro nobis peccatoribus,
nunc et in hora mortis nostrae. Amen.