Kerst-Interview met paus Franciscus

Paus Franciscus

Paus Franciscus

‘Wees nooit bang voor tederheid’

In een exclusieve interview spreekt paus Franciscus over Kerstmis, over de honger in de wereld, het lijden van kinderen, de hervorming van de Romeinse curie, vrouwelijke kardinalen, het Instituut voor Religieuze Werken (IOR) en het komende bezoek aan het Heilig Land.

Het interview is vertaald door Roderick Vonhögen, mediapriester.
De originele tekst staat op Mediapriester.nl 

“Voor mij betekent Kerst hoop en tederheid…” Franciscus spreekt met “La Stampa” en “Vatican Insider Andrea Tornielli” over zijn eerste Kerst als bisschop van Rome. We zijn in Casa Santa Marta in het Vaticaan; het is 12:50u in de middag op dinsdag 10 december. De paus ontvangt ons in een kamer naast de eetzaal. De ontmoeting duurt anderhalf uur. Tweemaal tijdens het interview verdwijnt de vertrouwde vredige blik van het gezicht van Franciscus als hij spreekt over het onschuldig lijden van kinderen en over de tragedie van de honger in de wereld.

Tijdens het interview spreekt de paus ook over de verhoudingen met andere christlijke denominaties en over de “oecumene van het bloed” dat hen verenigt onder de vervolging; hij spreekt over het gezin dat op de agenda staat van de komende synode, geeft antwoord op de kritiek uit de Verenigde Staten van hen die hem “een Marxist” noemen en bespreekt de verhouding tussen Kerk en politiek.

Wat betekent Kerstmis voor u?

“Het is de ontmoeting met Jezus. God heeft altijd zijn volk gezocht, geleid, beschermd, heeft beloofd het altijd nabij te zijn. In het boek Deuteronomium lezen we dat God met ons meeloopt, ons aan de hand leidt zoals een vader doet met zijn kind. Dat is mooi. Kerstmis is de ontmoeting van God met zijn volk. Het is ook een troost, een troostrijk mysterie. Dikwijls bracht ik na de Nachtmis enkele uren alleen door in de kapel, voordat ik de dageraadsmis vierde. Met dat gevoel van diepe troost en vrede. Ik herinner me een keer hier in Rome, ik geloof dat het Kerst 1974 was, een nacht van gebed na de Mis in de vluchtelingenopvang van het Centro Astalli. Voor mij gaat het met Kerstmis altijd om de contemplatie van het bezoek van God aan zijn volk.”

Wat is de boodschap van Kerstmis voor de mens van vandaag?

“Het is een boodschap van tederheid en van hoop. Als God ons ontmoet zegt dat ons twee dingen. Allereerst: wees hoopvol. God doet altijd open, Hij doet de deur nooit dicht. Het is de vader die ons opendoet. Ten tweede: wees niet bang voor tederheid. Als christenen de hoop en de tederheid vergeten, worden ze een koude Kerk, die niet weet waar ze heen moet en die zich opsluit in ideologieën en in een wereldlijke houding. Terwijl de eenvoud van God je zegt: ga vooruit, ik ben een Vader die van je houdt. Het verontrust me als christenen de hoop verliezen en niet meer kunnen omarmen en liefkozen. Misschien dat ik daarom met het oog op de toekomst vaak spreek over de kinderen en de ouderen, dat wil zeggen, degenen die het meest kwetsbaar zijn. In mijn leven als priester, als ik de parochie inging, probeerde ik altijd deze tederheid over te brengen aan de kinderen en aan de ouderen. Het doet me goed, en het herinnert me aan de tederheid die God heeft voor ons.”

Hoe kan men geloven dat God, die door religies wordt gezien als oneindig en almachtig, zich zo klein maakt?

“De Griekse Kerkvaders noemden dat de “synkatabasis”, de goddelijke aanpassing: God die neerdaalt en bij ons verblijft. Het is een van de geheimen van God. In Bethlehem, in het jaar 2000, zei Johannes Paulus II dat God een kind werd dat helemaal afhankelijk was van de zorg van een vader en een moeder. Daarom geeft het Kerstfeest ons zoveel vreugde. We voelen ons niet meer alleen, God is neergedaald om met ons te zijn. Jezus is één van ons geworden en heeft op het kruis het meest wrede lot geleden, dat van een misdadiger.”

Kerstmis wordt vaak als een suikerzoet sprookje gepresenteerd. Maar God wordt geboren in een wereld waarin ook zoveel lijden en ellende bestaat.

“Wat we in de Evangelieverhalen lezen is een aankondiging van vreugde. De evangelisten beschreven een vreugdevolle gebeurtenis. Je vindt er geen bespiegelingen over een onrechtvaardige wereld en over hoe God in zo’n wereld geboren kon worden. Dat alles is de vrucht van onze eigen overweging: de armen, het kind dat in een kwetsbare situatie ter wereld moet komen. Het Kerstfeest was geen veroordeling van het sociale onrecht, van de armoede, maar het was een aankondiging van vreugde. De rest zijn conclusies die wij trekken. Sommigen terecht, andere minder juist, weer andere van ideologische aard. Het Kerstfeest is vreugde, gelovige vreugde, vreugde van God, innerlijke vreugde, van licht, van vrede. Als je niet in staat bent, of in een menselijke situatie verkeert dat je die vreugde niet kan begrijpen, dan beleef je dit feest met een wereldlijke vreugde. Maar er is een verschil tussen diepe vreugde en een wereldlijke vreugde.”

Dit is uw eerste Kerst in een wereld vol conflicten en oorlogen…

“God geeft nooit een geschenk aan wie niet in staat is het te ontvangen. Als Hij ons het geschenk van Kerstmis geeft is het omdat wij allen in staat zijn het te begrijpen en te ontvangen. Iedereen, van de grootste heilige tot de grootste zondaar, van de meest zuivere mens, tot de meest corrupte. Ook wie corrupt is, is daartoe in staat: bij zo’n arme ziel is die capaciteit misschien een beetje gaan roesten, maar toch is ook hij ertoe in staat. Het Kerstfeest in deze tijd van conflicten is een appèl van God, die ons deze gave geeft. Willen we hem ontvangen, of geven we de voorkeur aan andere geschenken? Deze Kerst, in een wereld getroffen door oorlogen, herinnert me aan het geduld van God. De belangrijkste deugd van God die we in de Bijbel vinden is dat Hij liefde is. Hij wacht op ons, hij wordt nooit moe op ons te wachten. Hij geeft ons het geschenk en wacht vervolgens op ons. Dat gebeurt ook in het leven van ieder van ons. Er zijn er die Hem negeren. Maar God is geduldig, en de vrede, de sereniteit van de Kerstnacht is een weerspiegeling van het geduld dat God met ons heeft.”

In januari is het 50 jaar geleden dat Paulus VI zijn historische reis naar het Heilig Land maakte. Gaat u er naar toe?

“Kerst doet ons altijd denken aan Bethlehem, en Bethlehem is een specifieke plek in het Heilig Land waar Jezus heeft geleefd. In de Kerstnacht denk ik vooral aan de christenen die daar leven, aan hen die het moeilijk hebben, aan al diegenen die dat land hebben moeten verlaten wegens verschillende problemen. Maar Bethlehem blijft altijd Bethlehem. God is op een specifiek moment en in een specifiek land gekomen, en daar is de tederheid van God, de genade van God verschenen. We kunnen niet aan Kerstmis denken zonder aan het Heilig Land te denken. Vijftig jaar geleden had Paulus VI de moed om er op uit te trekken en er naartoe te gaan, en zo is het tijdperk van de pauselijke reizen begonnen. Ook ik verlang er heen te gaan, om mijn broeder Bartolomeus te ontmoeten, de patriarch van Constantinopel, en met hem deze 50ste verjaardag te herdenken, en de omhelzing te vernieuwen die plaats had tussen paus Montini en Athenagoras in Jeruzalem in 1964. We zijn het aan het voorbereiden.”

U heeft meer dan eens ernstig zieke kinderen ontmoet. Wat kun u zeggen wanneer u met zoveel onschuldig lijden wordt geconfronteerd?

“Eén van mijn leermeesters voor het leven is Dostojevski geweest, en zijn expliciete en impliciete vraag “waarom moeten kinderen lijden?” heeft me nooit losgelaten. Je kunt het niet uitleggen. Ik moet denken aan dit beeld: op een gegeven moment in zijn leven “ontwaakt” het kind, het begrijpt niet veel, het voelt zich bedreigd, het begint vragen te stellen aan de vader of de moeder. Het is de fase van het “waarom”. Maar als het kind een vraag stelt, luistert het niet naar alles dat je te zeggen hebt, maar overdondert je meteen met nieuwe “waarom?” vragen. Wat het eigenlijk zoekt, meer nog dan een uitleg, is de blik van de vader die veiligheid biedt. Als ik geconfronteerd wordt met een kind dat lijdt is het enige gebed dat in me opkomt, dat van het waarom. Heer, waarom? Hij geeft me geen uitleg. Maar ik voel dat Hij naar me kijkt. En daarom kan ik zeggen: U weet het waarom, ik niet, en U vertelt het me niet, maar U ziet me en ik vertrouw me toe aan U, Heer, ik vertrouw op uw aanblik.”

Als we het hebben over het lijden van kinderen kan men niet de tragedie vergeten van hen die honger lijden.

“Met al het voedsel dat overschiet en dat we weggooien zouden we zovelen te eten kunnen geven. Als we de verspilling zouden kunnen stoppen en voedsel zouden recyclen, zou de honger in de wereld enorm afnemen. Ik was erg onder de indruk van een onderzoek dat aangaf dat elke dag tienduizend kinderen in de wereld sterven van de honger. Zoveel kinderen huilen omdat ze honger hebben. Onlangs, tijdens de woensdagaudiëntie, stond er een jonge moeder achter de afzetting met haar kind dat maar enkele maanden oud was. Toen ik langskwam huilde het kind heel erg. De moeder koesterde het. Ik heb haar gezegd: mevrouw, ik geloof dat de kleine honger heeft. Ze antwoorde me: het is waarschijnlijk tijd… Ik antwoordde: maar geef hem dan alstublieft te eten! Ze was beschroomd en wilde het kind geen borstvoeding geven terwijl de paus zou langskomen. Kijk, ik zou hetzelfde willen zeggen aan de mensheid: geef mensen te eten! Net zoals die vrouw melk had voor haar kind, hebben we in de wereld voldoende voedsel om iedereen te verzadigen. Als we samenwerken met de humanitaire organisaties en het lukt om samen te besluiten geen voedsel meer te verspillen, maar het terecht te laten komen bij wie het nodig heeft, dan dragen we enorm bij aan de oplossing van de tragedie van de honger in de wereld. Ik wil nogmaals tot de mensheid zeggen wat ik tegen die moeder zei: geef te eten aan wie honger heeft! De hoop en de tederheid van het Kerstfeest van de Heer moet ons bevrijden van de onverschilligheid.”

Sommige passages uit “Evangelii Gaudium” kregen kritiek uit ultraconservatieve hoek in de Verenigde Staten. Hoe voelt het om als paus een “Marxist” te worden genoemd?

De Marxistische ideologie is verkeerd. Maar ik heb in mijn leven veel Marxisten ontmoet die goede mensen zijn, dus ik voel me niet beledigd.”

Het meest treffende gedeelte van de Exhortatie sprak over een economie die “ter dood brengt”…

“Er staat niets in de Exhortatie dat je niet terug kunt vinden in de sociale Leer van de Kerk. Ik sprak niet vanuit een technisch perspectief, maar ik probeerde een beeld te schetsen van wat er aan de hand is. Het enige specifieke citaat dat ik gebruikte gaat over de “gunstige overflow” theorie, die er vanuit gaat dat economische groei, aangemoedigd door een vrije markt, er onvermijdelijk in slaagt om grotere rechtvaardigheid en sociale insluiting tot stand te brengen. De belofte was dat als het glas volraakte, het zou overstromen, ten gunste van de armen. Maar wat integendeel gebeurt is dat als het glas volraakt, het op magische wijze groter wordt, en er nooit iets uitstroomt voor de armen. Dit was de enige verwijzing naar een specifieke theorie. Ik zeg nogmaals dat ik niet vanuit een technisch perspectief sprak, maar vanuit de sociale Leer van de Kerk. Dat betekent niet dat je een Marxist bent.”

U heeft een “omwenteling van het pausschap” aangekondigd. Hebben de ontmoetingen met de orthodoxe patriarchen een concrete route gesuggereerd?

“Johannes Paulus II heeft nog duidelijker gesproken over een manier om het primaatschap uit te oefenen die openstaat voor een nieuwe situatie. Niet alleen vanuit het gezichtspunt van oecumenische relaties, maar ook als het gaat om de relaties met de Curie en met de lokale Kerken. Tijdens deze eerste negen maanden heb ik bezoek gehad van vele orthodoxe broeders: Bartholomeus, Hilarion, de theoloog Zizioulas, de koptische Tawadros. De laatste is een mysticus, hij ging de kapel binnen, deed zijn schoenen uit en begon te bidden. Ik voelde me als hun broeder. Ze hebben de apostolische successie; ik onving hen als broeders in het bisschopsambt. Het is pijnlijk dat we de Eucharistie nog niet samen kunnen vieren, maar er is vriendschap. Ik geloof dat dit de weg voorwaarts is: vriendschap, gemeenschappelijk werk en gebed voor de eenheid. We zegenden elkaar; de ene broeder zegent de andere, de ene broeder heet Petrus, en de ander Andreas, Marcus, Thomas…”.

Is de eenheid van Christenen een prioriteit voor u?

“Ja, voor mij heeft de oecumene prioriteit. Er bestaat vandaag de dag een oecumene van het bloed. In sommige landen worden christenen omgebracht omdat ze een kruisje dragen of een Bijbel hebben, en voordat ze omgebracht wroden wordt hen niet gevraagd of ze Anglicaans, Luthers, katholiek of orthodox zijn. Het bloed wordt vermengd. Voor hen die doden zijn we christenen. We zijn verbonden in bloed, ook al zijn we er nog niet in geslaagd om de noodzakelijke stappen naar onderlinge eenheid te nemen en de tijd misschien nog niet gekomen is. De eenheid is een genade waar we om moeten vragen. Ik kende een parochiepriester in Hamburg die bezig was met het zaligverklaringsproces van een katholieke priester die door de Nazi’s onthoofd was omdat hij kinderen de catechismus onderwees. Na hem volgde in de lijst van veroordeelde mensen een Lutherse dominee die om dezelfde reden was omgebracht. Hun bloed werd vermengd. De parochiepriester vertelde me dat hij naar de bisschop was gegaan en hem had gezegd: “Ik ga verder met dit proces, maar dan voor allebei, niet alleen voor dat van de katholieke priester.” Dit is wat oecumene van het bloed is. Het bestaat nog steeds vandaag, je hoeft alleen de kranten maar te lezen. Hen die Christenen doden vragen niet om je identiteitspapieren om te zien in welke Kerk je werd gedoopt. We moeten deze realiteit in overweging nemen.”

In de exhortatie nodigt u uit om pastoraal prudente en moedige keuzes te maken als het gaat om de sacramenten. Waar doelde u op?

“Als ik over prudentie spreek denk ik niet aan een houding die verlamt, maar aan een deugd van degene die leiding geeft. Prudentie is een deugd van bestuur. Net als moed. Je moet besturen met moed en met prudentie. Ik sprak over de doop, en over de communie als geestelijk voedsel om verder te kunnen, te beschouwen als geneesmiddel, en niet als prijs. Sommigen dachten meteen aan de sacramenten voor hertrouwd gescheidenen, maar ik heb het niet gehad over specifieke gevallen: ik wilde alleen een principe aangeven. We moeten proberen om het geloof van mensen te vergemakkelijken, meer dan het te controleren. Vorig jaar heb ik in Argentinië het gedrag van sommige priester veroordeeld die kinderen van tienermoeders weigerden te dopen. Dat is een zieke mentaliteit.”

En als het gaat over hertrouwd gescheidenen?

“De uitsluiting van de communie voor gescheidenen die een tweede huwelijk hebben gesloten is niet een strafmaatregel. Het is goed je dat te realiseren. Maar ik heb er in deze Exhortatie niet over gesproken.”

Wordt erover gesproken tijdens de komende bisschoppensynode?

Het synodale karakter van de Kerk is belangrijk: we zullen over het huwelijk in zijn geheel spreken tijdens de consistoriebijeenkomsten in februarie. De onderwerpen zullen ook behandeld worden tijdens de buitengewone synode in oktober 2014 en opnieuw tijdens de gewone synode het jaar erop. Veel elementen zullen in meer detail onderzocht worden en in deze sessies verduidelijkt worden.”

Hoe gaat het met het werk van uw acht “raadgevers” op het gebied van de hervorming van de Curie?

“Het is werk van lange adem. Wie voorstellen wilde doen of ideeën wilde sturen hebben dat gedaan. Kardinaal Bertello heeft de visies van alle Vaticaanse dicasteries verzameld. We hebben suggesties van bisschoppen vanuit de hele wereld ontvangen. Tijdens de laatste bijeenkomst hebben de acht kardinalen me gezegd dat het nu tijd is om met concrete voorstellen te komen, en tijdens de volgende bijeenkomst in februari zullen ze deze voorstellen aan mij presenteren. Ik ben altijd bij de bijeenkomsten, behalve op woensdagochtenden, als ik de algemene audiëntie heb. Maar ik spreek niet, ik luister alleen en dat doet me goed. Een paar maanden geleden zei een oudere kardinaal me: “Je bent de Curiehervorming al begonnen met je dagelijkse Missen in Santa Marta.” Ik bedacht me: hervorming begint altijd met spirituele en pastorale initiatieven voordat je stucturele veranderingen doorvoert.”

Wat is het juiste verband tussen Kerk en politiek?

“De verhouding moet tegelijkertijd parallel en convergerend zijn. Parallel omdat ieder zijn eigen weg en zijn eigen verschillende opdrachten heeft. Convergerend alleen als het gaat om het helpen van anderen. Als verhoudingen eerst convergeren zonder het volk, of zonder dat mensen er toe doen, dan vormt zich een band met de politiek waar de Kerk van gaat rotten: zaken, compromissen… Het is nodig parallel op te trekken, ieder met zijn eigen methode, de eigen opdrachten, de eigen roeping. Convergerend alleen als het gaat om het gemeenschappelijk goed. Politiek is een nobele zaak; het is één van de hoogste vormen van naastenliefde, zoals Paulus VI het zei. We bezoedelen het als we het vermengen met zakendoen. De verhouding tussen Kerk en politieke macht kan ook corrupt raken als het gemeenschappelijk goed niet het enige is waar ze samenkomen.”

Mag ik u vragen of er ooit vrouwelijke kardinalen komen?

“Ik weet niet waar dat idee vandaan is gekomen. Vrouwen moeten in de Kerk gewaardeerd worden, maar niet “geclericaliseerd”. Wie denkt aan vrouwelijke kardinalen lijdt een beetje aan clericalisme”.

Hoe staat het met de schoonmaakactie van het Instituut voor Religieuze Werken (IOR)?

“De referentiecommissies werken goed. Moneyval heeft ons een goed rapport gegeven, we zijn op de goede weg. We zullen zien wat de toekomst wordt van het IOR. Bijvoorbeeld, de “centrale bank” van het Vaticaan zou de Apsa worden. De IOR is ingesteld om religieuze werken te ondersteunen, missiewerk, de arme Kerk. Daarna is het geworden wat het nu is.”

Kon u zich een jaar geleden voorstellen dat u Kerstmis 2013 in de Sint Pieter zou vieren?

“Absoluut niet”.

Had u verwacht gekozen te worden?

“Ik had het niet verwacht. Ik heb de vrede niet verloren terwijl het aantal stemmen toenam. Ik ben rustig gebleven. En die vrede heb ik vandaag nog steeds, ik beschouw het als een geschenk van God. Toen de laatste stemronde voorbij was werd ik naar het midden van de Sixtijnse kapel gebracht en werd me gevraagd of ik accepteerde. Ik heb ‘ja’ geantwoord en ik zei dat ik me Franciscus zou noemen. Pas op dat moment ben ik weggegaan. Ze hebben me naar de naburige kamer gebracht om me om te kleden. Daarna, vlak voor ik naar buiten trad, ben ik enkele minuten gaan knielen om te bidden in de Paulijnse kapel samen met de kardinalen Vallini en Hummes.”

Noot van de vertaler: de rechten van de originele tekst liggen bij de Italiaanse krant “La Stampa”. Dit is een onofficiële vertaling ten behoeve van mensen die het Italiaans of Engels niet kunnen lezen. Iedereen mag deze vertaling, met bronvermelding en respect voor de oorspronkelijke rechthebbenden gebruiken.

Ga naar de Kerstwensen van paus Franciscus