Voorjaar

door Wim Verholt

De langslapers onder de winterslapers missen nu heel wat aangename warme uurtjes. Langs de slootkanten en bosranden werden deze weken al temperaturen boven de 30c gemeten. Deze zgn. micro-klimaten zijn voor de mens nauwelijks waarneembaar, maar heel wat koudbloedige dieren reageren onmiddellijk. Op plaatsen waar wind en schaduw geen kans hebben, liggen de hagedissen en slangen te zonnen, ze liggen plat om zoveel mogelijk warmte op te vangen. In het water van een kolk of sloot dringen de zonnestralen ook door en verwarmen de bodem en het water.

Overal komen de fris-groene kopjes van de waterplanten te voorschijn, over enkele weken lijkt het een zacht wiegend woud waar we boven op kijken. Het is bijzonder interessant om op een zonnige voorjaarsdag eens bij ’n kolk of sloot te gaan zitten en in het water te turen. Een ongelooflijk groot aantal planten en dieren bewonen deze waterwereld. De traag ontwakende kikkers lijken in ’t water te zweven, slechts af en toe roeien ze even met hun poten.

Ook de salamanders drijven in de doordringende zonnestralen, de mannetjes met hun grote rug-kammen lijken op prehistorische monstertjes. De kam loopt vanaf de nek tot aan de staart, is daar dan even onderbroken en gaat over de staart verder. Als we er bovenop kijken, zien we slechts de groene=bruine kleur, maar in een aquarium zien we de prachtige geel- oranje buik met zwarte vlekjes.

Miljoenen jaren geleden kropen de salamanders als een van de eerste “visachtige wezens met pootjes”op de oevers van de meren, ze haalden de zuurstof zowel uit het water als uit de lucht en het eigenaardige in de ontwikkeling van deze dieren is, dat hun evolutie praktisch stil is blijven staan. Het bijna tijdloze voortbestaan van deze soort hangt nu af van ons gedrag.

De groene salamander is nog vrij algemeen, maar de vuursalamander, alpensalamander, kleine watersalamander en vinpootsalamander zijn nog slechts in enkele wateren in het zuiden van ons land te vinden. Salamanders kunnen behoorlijk oud worden, in gevangenschap zijn exemplaren bekend die 20- 25 jaar hebben geleefd. De wijfjes leggen 100-300 eitjes, maar hiervan gaan er veel verloren. We zien , dat ondanks dat, ondanks hoge leeftijd en grote produktie , de dieren zich nauwelijks kunnen handhaven.

Daarom is het goed om niet alleen aan de oevers van kolk of sloot te gaan zitten, maar ook de kinderen mee te nemen en ze te laten genieten  van de wonderlijke onderwaterwereld, zodat ook zij het beschermen van de natuur zullen voortzetten.