Ontmoet Elsje August de Meijer

Leven in
handen van God

Is het motto van Elsje. Gevormd door de gebeurtenissen in haar leven heeft Elsje al zeer jong een groot vertrouwen in God. Niet wetend hoe of wat, maar Het was er. Ze was zich ook al vroeg bewust en wellicht onbewust van haar roeping als rechter. En, zoals ze zegt, was ze een strenge rechter maar ook een lief mens. Dat gaat goed samen. Als moeder wordt ze dan ook erg gewaardeerd door haar zoon. Hij heeft er zijn discipline aan te danken.

Ik ben welkom in de oude voormalige R.K. -later Protestantse – pastorie ‘De Olde Wehme’ te Almen bij Elsje August de Meijer, lector in onze geloofsgemeenschap. Het is een warm onthaal in de voormalige pastorie, die dateert uit 1248. In 1272 woonde er de pastoor van de toen parochie geworden kerspel Almen. Later woonden er de dominees. Elsje houdt van deze mooie plek.

De ziel van onze kerk wordt gevormd door mooie en bijzondere mensen, die ieder op zich zo verweven zijn met onze kerk dat ze er om zo te zeggen de levende stenen van zijn. In de rubriek Ontmoet maakt u kennis met een persoon uit onze geloofsgemeenschap Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming. Wat verbindt hen met Joppe en wat doet het geloof met hen. Vervolgens wordt hen gevraagd het stokje aan een ander door te geven en dat gebaar verbindt ons met elkaar.

Wie ben je?

elsje-august-de-meijer-31102016Ik wil me het liefste omschrijven aan de hand van mijn verhaal. Ik zou het anders ook niet weten, de mens heeft zoveel facetten. In hart en nieren ben ik altijd een strenge rechter geweest , maar heb ik ook een lief karakter, en dat is toch wel merkwaardig. Nu ben ik geen rechter meer; ik was werkzaam op de rechtbank te Almelo en ben nu 74 jaar oud.
Mijn zoon Pieter zei eens, ‘Mammie, ik ben zo blij dat je streng bent geweest, maar ook lief. Daardoor heb ik discipline.’ Ik ben een bescheiden mens en kwam wel op de voorgrond door mijn inspanningen en een goed stel hersenen. Dat was niet mijn doel, ik heb altijd dienend willen zijn aan de samenleving.

De oorlog

Ik ben een oorlogskind en in die oorlog is heel veel gebeurd. We hebben midden in de hulp aan Joden gezeten met alle gevaren van dien. Mijn vader is verschillende malen verhoord door de Gestapo en we hebben huiszoekingen gehad op zoek naar de onderduikers. Die zijn niet gevonden. Mijn ouders waren nog heel jong en als hun eerste kind heb ik dat allemaal meegekregen, zo klein als ik was. Dat heeft me jong volwassen gemaakt, zonder dat ik het besefte. Het maakt je als kind ook éénzaam.
Ik was vier jaar, volkomen alleen en ervoer heel groot onrecht, waar ik niet over kan uitweiden. Het is te pijnlijk. Maar ik dacht, ‘ Waarom ben ik hier?, Waarom leef ik?’.
Ik had van God gehoord en de Schepping. Ik was radeloos. Ik dacht, ik kan twee kanten uit; ik word gek of ik leg ’t leven in handen van God.

Ik heb mezelf als kind van 4 bij de kraag gevat en heb m’n leven in Gods handen gelegd. U doet maar wat U wilt, maar dan in kinderlijke bewoordingen. Het is mijn leidraad geworden ‘Leven in handen van God’.

Elsje

Ik merkte als kind dat ik een toeschouwer was. Ik kon me zelf niet verliezen in het spel. Ik besefte dat al vroeg. Ik ging er niet in op. ‘Elsje kom je?’, ik werd erbij geroepen om ruzies te beslechten of te zeggen wat de spelregels waren. Scheidsrechter spelen.

Toen ik vijf jaar oud was schaften mijn ouders een encyclopedie aan. Ik vond dat zo geweldig . Ik zat op het stoepje voor het huis en ik was helemaal ‘begeistert’ dat er zoveel kennis en wetenschap bestond en ik dacht : dit moest mijn wereld worden. Weer werd ik gevraagd om een ruzie te beslechten op straat en toen ik dat had gedaan, ging ik daarna weer op ’t stoepje zitten. Ik dacht: het is mijn noodlot om scheidsrechter te worden. Ik bad tot God : “laat me een wijze oude vrouw worden”. Ik aanvaardde het.

Ik was het oudste kind van vier, toen nog drie kinderen, maar was al een derde ouder thuis. Ik was dus geen kind meer. Dat was nodig ook.

Mijn vader is op 14 mei 1948 door de vuurlinies heen naar Israël gereisd met een geheim doel en kreeg zo als eerste een paspoort met stempel nummer 1 van de staat Israël erin. Daar heeft hij ook dingen meegemaakt. Als beloning daarvoor mocht hij directeur worden van een filiaal in Amerika van de Joodse firma Van Leer. Door die welvaart in Amerika is hij ingestort en moest hij na 10 maanden halsoverkop naar Nederland. Als gezin moesten we nareizen. Ik was inmiddels Engelstalig. In Nederland was woningnood en er was geen plek voor ons. We werden verdeeld over de familie en ik kwam bij een grootmoeder, die net weduwe was geworden. Ze moest de fabriek leiden met haar doofstomme zoon. Ik had het besef dat ik teveel was en dat was heel erg eenzaam. Dat zijn traumatische dingen voor een kind.

Toen is er ook nog een broertje geboren. Uiteindelijk konden we met ons zessen in een pensionkamer in Amsterdam wonen en met z’n allen op een kluitje met een baby erbij was het heel knus. Een heerlijke tijd was het met ons zessen. De baby was mijn kindje geworden.

In de grote vakantie, ik was 11 a 12 jaar, mocht ik kinderjuffrouw bij nichtjes en neefjes zijn. Ik besefte toen dat ik het kind-zijn hier inhaalde. Eindelijk kon ik spelen en ook opletten , dat ging vanzelf.

Studie, werk en liefde

Elsje heeft op vier lagere R.K.-scholen gezeten, maar ze ging voor de middelbare school naar het Montessori lyceum (Gymnasium). Haar vader had veel aan psychologie gedaan om zichzelf te helen; hij was in die tijd toonaangevend in de Katholieke wereld. Hij moest naar de kardinaal uitleggen waarom zijn kinderen niet naar een R.K.-school gingen. Ze was de enige Rooms Katholiek op school en als 12–jarige was dat pittig want ze vond dat ze haar geloof moest verdedigen. Men was er zeer kritisch. Na haar middelbare school heeft ze in Amsterdam rechten gestudeerd. Haar eerste baan was in Brussel bij de EEG (dat staat voor Europese Economische Gemeenschap). Daar heeft ze een besmettelijke ziekte opgelopen en ze was zo ziek dat ze naar huis moest. Op het moment dat iemand haar kwam ophalen om op de trein te zetten werd er een brief door de brievenbus gestoken met een uitnodiging voor een studentenfeest in Groningen. Zes weken lag ze op sterven. Ze was zover heen dat ze niet meer bang was voor de dood. De innerlijke kracht was haar overgave. Na die 6 weken heeft ze met heel veel moeite de brief beantwoord. Niet veel later kwam er een jonge arts aan haar ziekbed zitten en hij was er niet meer weg te slaan. Ze werd min of meer aan haar sterfbed ten huwelijk gevraagd. Met die jonge arts is ze dus getrouwd.

Nadat ze haar derde kind had gekregen lag ze wederom ziek in het ziekenhuis. Op een dag kwam er een jonge kapelaan aan haar bed, en Elsje vroeg hem ‘Vertelt u nou eens waarom er een God bestaat?’. Een week later was de kapelaan er weer en kreeg ze het antwoord: ‘God is goedheid’. Vanaf die tijd is het goed met haar gegaan en zijn ze in het oosten komen wonen.

Rechter

Na Brussel ben ik als rechtelijk ambtenaar in opleiding aan de slag gegaan in Almelo, waar Mr. H.J.J. van den Biesen president was . Door de komst van de kinderen moest ik eruit van het Ministerie van Justitie. Toen ik na 5 jaar in Almen kwam wonen ging ik met mijn kinderen met Pasen naar de kerk in Joppe om God te danken. Mijn man was ’s nachts opgeroepen voor zijn eerste patiënt in het ziekenhuis te Zutphen. Ik keek met mijn zoontje naar het koor achter in de kerk en in die beweging keek ik de heer Van den Biesen in het gezicht. Zo kreeg ik later mijn baan terug. Zo apart. Ik heb het rechterambt met heel veel plezier gedaan ondanks dat het zwaar was: de combinatie van een gezin en een fulltime baan.
Toen ik in 1982 als rechter geïnstalleerd was, zei mijn moeder bij de receptie, ‘Nou krijg je eindelijk de titel, voor wat je je hele leven al bent.’ Ze had het goed gezien.
In 1991 ben ik vice-president van de rechtbank in Almelo geworden, als eerste vrouw, en dat tot mijn pensionering in 2012 gebleven. Bij het afscheid zaten acht kleinkinderen in de zaal. Maar 10 jaar daarvoor kwam ik in eens alleen te staan. Geheel onverwacht. Ik had al die jaren voor anderen gebeden en nu bad ik voor mezelf en heb ik mijn leven weer in Gods handen gelegd. Dat heeft er voor gezorgd dat het goed ging. Pastoor Grondhuis heeft me ook erg gesteund en we zijn goed bevriend geraakt. Me overgeven, werkt het beste bij mij. Ik red het wel en ik heb een heel goed leven.

Wat zijn je hobby’s?

Elsje vertelt dat ze ongelofelijk veel leest, ook op theologisch gebied. Ze vindt de Jezus Werkgroep heel erg fijn waarin een ieder heerlijk vrij kan denken.
Ze vertelt dat ze vanochtend Zumba ballet heeft gedaan en daarnaast doet ze aan klassiek en modern ballet. Ze vindt het heerlijk om zichzelf zo te kunnen uiten. Ook zwemt ze een keer in de week om uithoudingsvermogen te creëren. Ze wil haar lichaam goed onderhouden en ziet het als tegenhanger van het intellectuele werk dat ze graag doet.
Maar haar gezin komt op de eerste plaats. Ze heeft drie kinderen, 2 dochters Kathelijne en Leonie en een zoon, Pieter, allen getrouwd; er zijn negen prachtige kleinkinderen nu. Een rijkdom!

Hoe bid je?

Ik bid niet om iets te vragen maar ik bid uit dankbaarheid. Als kind heb ik niet gedacht dat het leven me zoveel zou geven als het mij heeft gegeven. Mijn geloof komt toch voort uit een moeilijk verleden; eigenlijk ben ik heel vrolijk van aard. Dat komt er uit als ’t goed gaat.

Wat is je rol binnen de geloofsgemeenschap?

Ik ben met plezier lector. Ik mis de twee lezingen en zou het weer fijn vinden dat we weer met twee lectoren op het priesterkoor zijn om samen de lezingen te lezen. Hopelijk gaan we hier invulling aan geven. In het verleden heb ik tweemaal een termijn als secretaris in het kerkbestuur gezeten.

Wat is je lievelingslied, psalm of gebed?

In de Mariamaand mei , nu 25 jaar geleden, waren mijn ouders 50 jaar getrouwd en toen hebben ze voor het hele gezin een H. Mis laten opdragen in Driebergen. Thérèse Steinmetz hadden zij verzocht om liederen te zingen. Als laatste zong zij het Ave Maria. Daar was mijn moeder zo dol op.

Bij het afscheid van pastoor Hogenelst in Zutphen was een zangeres die hetzelfde Ave Maria zong. Bij de eerste tonen schoot ik helemaal vol. In eens was er een rivier aan tranen in die kerk en kon ik niet meer ophouden. Het ontroerde mij zo. In de afgelopen 15 jaar had ik mijn ouders verloren, mijn man had me verlaten en de bruiloften van de kinderen waren er geweest. Dat was toch schrijnend voor mij. Die pijn en verdriet moesten er een keer uit. Het was zo mooi. Het ging mij door merg en been. Het Ave Maria van C. Gounod werd bij het afscheid van pastoor Hogenelst gezonden door Henriëtte van Lith.

Wat zijn je mooiste herinneringen aan de kerk?

Mijn eigen huwelijk was prachtig, en natuurlijk het huwelijk van mijn oudste dochter in Joppe dat door pastoor Grondhuis en dominee Van Asselt, haar schoonvader, is voltrokken. De twee heren konden het goed samen vinden. Ook is mijn oudste kleinzoon in Joppe gedoopt en daarna is pastoor Grondhuis voor de lunch gekomen. Heel gemoedelijk allemaal en alles was zo zonnig.

Heb je een favoriete kerk, plek, in of rondom de kerk?

Nee, ik vind deze kerk heel fijn.

Wat is je wens voor Joppe?

Je kunt het niet afdwingen maar ik hoop dat er meer jonge mensen komen.

Aan wie wil je het stokje doorgeven?

Ik heb jaren samen met Anne van Venrooij  de lectorendienst verzorgd onder pastoor Grondhuis op zondag om 08.30 uur; niet een tijdstip waar iedereen dol op is. Maar wij moeders deden het wel! Anne heeft als moeder ook jaren lang de Kerstviering voor de kinderen gedaan. Zij is dus heel betrokken bij de Kerk. Altijd stond en staat zij klaar, ook toen ze nog 5 kinderen thuis had en haar man, ook op buitenlandse reizen, bij moest staan. Ik denk dat Anne ook een diepe geloofsbeleving heeft. Dit zijn de redenen, waarom ik vind dat zij een van de pijlers is, waarop de geloofsgemeenschap Joppe heeft kunnen bouwen en nog bouwt.