Eerste Kerstdag 25 december 2023
Hoogfeest van Kerstmis m.m.v. Parochieel Koor
Voorganger: pastor E. Wassink
Tijdens het bezoek van pater John Auping SJ uit Mexico – opgegroeid in Joppe – in september 2018 aan onze geloofsgemeenschap om met ons het 150-jarig jubileumfeest te vieren is het idee geboren contact met elkaar te houden. We mochten vele prachtige uitgebreide overwegingen ontvangen van pater Auping maar we gaan verder in een verkorte vorm.
Wij zijn pater Auping zeer erkentelijk voor zijn inspirerende woorden en
wensen u veel devotie bij het lezen.

Eerste lezing: Jesaja 9, 1-6
Het volk dat wandelt in de duisternis ziet een helder licht; een glans straalt over hen, die wonen in het land van de dood. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Voor uw aanschijn zijn zij vrolijk als mensen, die opgewekt zijn bij de oogst, of jubelen bij het verdelen van de buit. Want het juk dat zwaar op hem drukt, het blok dat ligt op zijn nek, en de stok van zijn drijver, hebt gij stuk bebroken als in de dagen van Midjan. Want alle laarzen van stampende soldaten en hun opgerolde mantels met bloed besmeurd zullen ten offer vallen aan het vuur en een prooi worden van de vlammen. Want een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken; Hem wordt de macht op de schouders gelegd en men noemt Hem: Wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst. Een grote macht en een onbeperkte welvaart zullen toevallen aan Davids troon en aan zijn koninkrijk, zodat het gegrondvest zal zijn en stevig gebouwd op recht en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid. De ijver van de Heer der hemelse machten brengt het tot stand.
Tussenzang: Psalm 96 (95), 1-2a, 2b-3, 11-12, 13
Refrein: Heden is ons een Redder geboren, Christus de Heer.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam,
verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.
Dan straalt de hemel en jubelt de aarde,
de zee neuriet mee met al wat daar leeft.
De velden zwaaien met al hun gewassen,
de woudreuzen buigen hun kruin.
Zij juichen de Heer toe, omdat Hij komt,
Hij komt als koning der aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld regeren,
de volkeren eerlijk en trouw.
Tweede lezing: Titus 2, 11-14
Dierbare, De genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds.
Vers voor het evangelie: Lc. 2, 10-11
Alleluia. Alleluia.
Ik verkondig u een vreugdevolle boodschap: heden is een Redder geboren, Christus, de Heer.
Alleluia.
Evangelie: Lucas 2, 1-14
In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling vond plaats eer Quirinius landvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad, om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David, Betlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht een Zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. In de omgeving bevonden zich herders, die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten. Plotseling stond een engel des Heren voor hen en zij werden omstraald door de glorie des Heren, zodat zij door grote vrees werden bevangen. Maar de engel sprak tot hen: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap, die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.” Opeens voegde zich bij de engel een hemelse heerschare; zij verheerlijkten God met de woorden: “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.”
Commentaar van Pater John Auping
- Gods afwezigheid in het kerstverhaal volgens Lucas
Het kerstverhaal volgens Lucas is duidelijk in twee delen verdeeld. Het eerste deel (vers 1-7), van Nazaret tot en met de geboorte van Maria’s eerstgeborene, staat, paradoxaal genoeg, in het teken van de troosteloze ervaring van Gods niet-interventie in de menselijke geschiedenis. Het tweede deel (vers 8-20) staat in het teken van de troostrijke boodschap van de engelen aan de herders, en van de herders aan Maria en Jozef.
God doet niets om te verhinderen dat de hoogmoedige Romeinse keizer zijn onderdanen telt, om te weten hoeveel belastingen hij kan innen. God doet ook niets om het harde hart van de herbergiers tot medelijden te bewegen als zij weigeren een zwangere vrouw, die op het punt staat een zoon te baren, een kamer te geven. Wat de wereld beweegt zijn de geopolitieke machtsverhoudingen en de markteconomische wetten van vraag en aanbod. Omdat, in Betlehem, de vraag naar kamers, vanwege de census, heel sterk was toegenomen, was ook de prijs omhooggegaan, en Jozef had het geld niet om die rente te betalen. Na een weeklang durende reis van 100 kilometers, 2000 meter stijgend, van Nazaret naar Betlehem, in de felle kou van de december winter, moesten ze in het open veld iets zoeken en improviseren, waar Maria’s kind geboren kon worden.
Dit is typisch voor Gods manier om te mensengeschiedenis binnen te komen. Hij heeft de macht, maar gebruikt die niet om zijn wil op te leggen aan hen die aan Hem geen boodschap hebben. Hij respecteert de vrijheid van de mensen om Hem en zijn liefde te ignoreren. Soms kunnen mensen over die niet-interventie van God in de geschiedenis gedesillusioneerd of zelfs boos worden. Dat gaat zover dat sommigen argumenteren dat het onrecht en het lijden in de mensengeschiedenis wel bewijzen dat God niet bestaat, of, als Hij bestaat, dat zijn bestaan er niet toe doet.
Toch is juist Jezus’ geboorte het begin van Gods ingrijpen in de geschiedenis! Gods houding ten opzichte van de mensengeschiedenis is aanvankelijk nauwelijks merkbaar, en is heel geduldig: het duurt lang voor men de vruchten ziet. Hij laat de geschiedenis haar loop, hands off, maar integreert die goddeloze gebeurtenissen, die Hij voorziet, in de constructie van zijn eigen verhaal van verlossing. Hij voorzag de volkstelling ven de Romeinse keizer, en Hij voorzag dat Maria en Jozef in Betlehem geregistreerd moesten worden. Omdat in zijn plan het belangrijk was dat Jezus in Betlehem geboren werd, stuurde hij de engel Gabriel naar Maria, negen maande vóórdat de volkstelling plaatsvond. Omdat het in zijn plan belangrijk was dat Jezus in armoede geboren zou worden, liet Hij toe dat de herbergiers geen plaats hadden voor Maria en Jozef in hun herberg.
De heilige Ignatius drukt die vreemde passiviteit van God, die al dat lijden toelaat, als volgt uit: “kijken en nagaan wat Maria en Jozef doen, zoals reizen en zich inspannen, want de Heer moest geboren worden in uiterste armoede, om na zoveel honger, dorst, hitte en kou, beledigingen en aanvechtingen te hebben doorstaan, te sterven aan het kruis, en dat alles voor mij“.[1]
Gods voorzienigheid maakt gebruik van de goddeloze gebeurtenissen van de menselijke geschiedenis en integreert die in zijn eigen verlossingsverhaal, geschreven in de marge van de officiële mensengeschiedenis, en zo begint dan Gods verhaal van de verlossing van de mensheid.
- De houding van Maria en Jozef in de ervaring van Gods niet-ingrijpen
De heilsgeschiedenis die God schrijft begint heel klein, en het zijn kleine mensen die vrijwillig ja zeggen op zijn uitnodiging daarin deel te hebben, die het Hem mogelijk maken die geschiedenis tot een goed einde te brengen. Heel anders dan de officiële geschiedenis waarin de groten hun wil opleggen met ijzeren vuist:“Gij weet dat de heersers der volkeren hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen” (Matteüs 20,25). Zo is God niet. Met volledig respect voor onze vrije wil, nodigt Hij ons uit en wacht op onze vrijwillige medewerking. Zo zien we hoe Maria vrijwillig ja zegt op Gods uitnodiging de moeder te worden van Jezus: “mij geschiede naar uw woord” (Lucas 1,38). En zo zien we hoe Jozef vrijwillig ingaat op Gods uitnodiging zijn vrouw die zwanger is, maar niet van hem, tot zich te nemen en niet te verstoten (Matteüs 1,24). En beiden aanvaarden vrijwillig de harde omstandigheden van de reis naar Betlehem en de geboorte van Jezus. Zij zijn trouw aan Gods initiatieven, ook als het moeilijk wordt, te midden van troosteloze omstandigheden. De heilige Ignatius, die met sobere woorden de harde realiteit van Jezus’ geboorte beschrijft, geeft in Geestelijke Oefeningen ook punt voor punt aan waarin die houding van vrijwillige medewerking met Gods initiatieven in troosteloze omstandigheden bestaat: “In een tijd van troosteloosheid moet men nooit verandering aanbrengen in de voornemens en in het besluit waartoe men vóór die troosteloosheid gekomen was maar er vastbesloten en standvastig in zijn”.[2]
Zo is het ook met Gods initiatieven en beloften in ons eigen leven: als we trouw, geduldig, constant en vastbesloten zijn in de periodes van verlatenheid, helpen we mee aan de geschiedenis van de verlossing van de mensheid.
- De aankondiging van de engelen aan de herders
In de eerste helft van het geboorteverhaal was alles pure troosteloosheid, maar met verkondiging van de engel aan de herders, en van de herders aan Maria en Jozef, is nu ineens alles glorie, licht en blijdschap: “ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor het hele volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David.” (Lucas 2, 10-11)
Men kan eraan twijfelen of de herders de volle implicaties begrepen hebben van deze boodschap, dat er “een Redder geboren is”. Wat hen bewoog en doordrong is de vreugde van de engelen. De engel, God zelf, is zo vol van vreugde dat die vreugde op de herders overslaat. Degene die zich het meest, en als eerste verheugd heeft over de geboorte van Jezus is God zelf, buiten zichzelf van blijdschap dat Hij dit voor ons mensen kan doen. Zozeer heeft Hij ons lief! Als iemand zo blij is over iets waar hij vol van is, kan hij het niet voor zich houden, en moet anderen deelgenoot maken van zijn blijdschap. Over deze uitgelaten blijdschap van God zelf, die Hij aan de herders meedeelt, zegt de profeet:
“Jubel, dochter Sion! Israël, juich! Verheug en verblijdt u met heel uw hart, dochter Jeruzalem! De Heer heeft uw vonnis tenietgedaan, Hij heeft uw vijanden weggejaagd. De koning van Israël, de Heer, Hij is binnen uw muren: gij hebt geen kwaad meer te vrezen.
Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: vrees niet, Sion; laat uw handen niet verslappen. De Heer uw God is binnen uw muren een reddende held. Hij is uitgelaten van blijdschap om u en Hij vernieuwt u met zijn liefde, Hij danst voor u, juichend van vreugde. (Sefanja 3,14-17).
De heilige Paulus is, dankzij een directe openbaring van God de Vader (Galaten 1,16), doorgedrongen in het mysterie van de geboorte van de Verlosser. Volgens hem, betekent de geboorte van God als mens, uit een vrouw, de geboorte van ons mensen als kinderen van God, uit de Heilige Geest:
“Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, opdat wij de rang van zonen zouden krijgen. En het bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft de Geest van zijn zoon in ons hart gezonden, die roept ‘Abba’, Vader… De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, en ingetogenheid” (Galaten 4,4-6 en 5,22).
Wie deze blijde boodschap in geloof omhelst en meedeelt aan anderen, verandert de wereld. Dat kunnen we nagaan aan de hand van het woord ‘herberg’ in het evangelie van Lucas. Het woord ‘herberg’ (in het Grieks καταλυμα) komt maar twee keer voor in het evangelie (Lucas 2,7 y 22,11). Vóór de geboorte van Jezus, was er in de herberg geen plaats voor Maria en Jozef. Maar na zijn geboorte, is de herbergier van houding veranderd, en stelt hij zijn ‘herberg’ (de zaal van het laatste avondmaal) ter beschikking van Jezus en de apostelen voor de viering van de eucharistie. De harde wereld heeft plaats gemaakt voor de ruimte van de kerk waar het liefdesmaal van de eucharistie in het centrum staat.
- Het ‘heden’ van de verlossing
Het ‘heden’ (in het Grieks van het evangelie: σημερον) van de geboorte van de Verlosser blijft in het evangelie resoneren. Iedere keer opnieuw komt dat ‘heden’ terug, op het moment dat er daden van verlossing gebeuren. Het ‘heden’ van de verlossing houdt nooit op (Lucas 2,11; 4,21; 5,26; 19,9; 23,43).
Bij zijn bezoek aan Nazaret, kondigt Hij aan dat heden de verlossingsprofetie van Jesaja is vervuld (Lucas 4,17-21). Als Jezus de verlamde zijn zonden vergeeft en hem het gebruik van zijn benen teruggeeft, zeggen de omstanders dat ze heden getuigen zijn van Gods verlossing: “Iedereen stond er versteld van en ze verheerlijkten God; vol ontzag zeiden zij: ‘Wij zijn heden van ongehoorde dingen getuigen geweest’,” (Lucas 5,26). Wanneer Zacheüs zich bekeert en aan Jezus belooft van nu af aan de armen te helpen, zegt Jezus dat heden de verlossing dit huis heeft bereikt (Lucas 19,8-10). En op het kruis kondigt Jezus aan de goede moordenaar aan dat heden zijn verlossing een feit zal zijn: “En Jezus sprak tot hem: ‘Voorwaar, Ik zeg u: Heden nog zult gij met Mij zijn in het paradijs’.” (Lucas 23, 43).
Wij kunnen dit heden van Gods verlossingsdaden in ons eigen leven herkennen. Welke maanden en welke jaren van mijn leven heb ik die goddelijke verlossingsdaden ervaren? Het helpt een en ander goed te herinneren, er uw tijd voor te nemen. Dat brengt u tot gevoelens van dankbaarheid jegens God, en die dankbare herkenning brengt u tot liefde voor God en helpt u om de hoop niet te verliezen, de volgende keer dat uw geloof door de omstandigheden van het leven op de proef wordt gesteld.

[1] Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen, meditatie over de geboorte, no. 116
[2] Ignatius, Geestelijke Oefeningen, no. 318