Juni Heilig-Hartmaand

Heilig Hart

De maand juni is in de rooms-katholieke kerk toegewijd aan het Heilig Hart. Meestal valt de derde vrijdag na Pinksteren in juni. Dit jaar op vrijdag 23 juni. Die dag wordt het ‘Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus’ gevierd.

In de Bijbel wordt het hart vaak beschouwd als het symbool van moed, vreugde en hartstocht. Sint-Augustinus (354-430) beschreef het hart als symbool van liefde. Middeleeuwse mystici beschreven hun ervaringen van de hartstochtelijke liefde van Jezus voor de mensheid. Deze liefde uit zich in de wil om te lijden en te sterven in het belang van de ander.

Visioen
Het Heilig-Hartfeest ontstond in Frankrijk. In een visioen van Sint-Margaretha Maria Alacoque (1646-1690) toonde Jezus zijn bloedend hart. Hij maakte deze mystica uit het Franse Paray-le-Monial deelgenoot van zijn verdriet vanwege het grote aantal mensen die zijn liefde afwezen. Daarom moest er een dag komen waarop zijn onmetelijke liefde centraal zou komen te staan. In het visioen gaf Jezus de opdracht de feestdag in te stellen op de vrijdag na de achtdaagse van Sacramentsdag, oftewel de derde vrijdag na Pinksteren.

Feest
Paus Pius IX schreef het feest van het Heilig Hart in 1856 voor heel de RK-Kerk.

Juni
Geleidelijk groeide het gebruik om de maand juni als Heilig-Hartmaand te beschouwen. Dat hield in dat gelovigen zich in juni bijzonder toewijdden aan het Heilig Hart, wat onder meer inhield dat men boete deed om de veelvuldige loocheningen van Jezus’ liefde voor de mensheid als het ware te compenseren. Eind 19de eeuw haalden veel katholieke huisgezinnen een heilighartbeeld in huis, dat in juni extra vereerd werd.

Doorboring
De evangelielezing van de Heilig-Hartmis is genomen uit het Evangelie van Johannes. Daarin wordt verteld dat een Romeinse soldaat de zijde van Jezus dode lichaam doorstak. ‘Meteen kwam er bloed en water uit’, aldus Johannes 19,34. Deze doorboring van Jezus’ hart wordt in de katholieke traditie soms geïnterpreteerd als de oorsprong van de Kerk, waarin de gelovigen met water zijn gedoopt en in de eucharistie eten en drinken van het Lichaam en Bloed des Heren.

Bron: Heilig Hart

Ter inspiratie : Een Hartverwarmende Gedachte geschreven door deken Bakker of lees het hieronder.

Een Hartverwarmende Gedachte

Feest van het heilig hart van Jezus
Lezingen: Deut. 7:6-11 – 1 Joh.4:7-16 – Matteüs 11:25-30
Het hart van de mens is eigenlijk niet meer dan een holle spier, van waaruit de bloedsomloop geregeld wordt. Het is de motor van ons lichaam, Die motor kan plotseling, zomaar ineens, uitvallen en tot stilstand komen. Soms zit er een tik in de motor. Dan hoor je mensen zeggen: ik doe het tegenwoordig maar wat rustiger aan, want ik heb het aan m’n rikketik!
Het menselijk hart heeft altijd tot de verbeelding van mensen gesproken. Ontelbare namen zijn in de loop der tijd in even ontelbare bomen gekerfd. Een hart, met daardoor heen een liefdespijl die twee geliefden met elkaar verbinden. Tal van spreekwoorden en gezegdes laten zien dat het hart van de mens het symbool geworden is van leven en liefde. Als je bang bent, dan hou je je hart vast. Je kunt je met hart en ziel voor iets inzetten. Je kunt een groot hart hebben. Of je hart op de juiste plaats hebben. Want inderdaad kan ons hart van zijn plaats raken. Als ie wat omhoog gaat, gedragen we ons hooghartig. Als ie wat zakt, dan gedragen we ons laaghartig. En gelukkig ben je als je een mens kent bij wie je je hart kunt uitstorten. En je kunt nog zulke mooie woorden uitspreken, de ware schoonheid ligt in je hart. De heilige Schrift heeft het ook vaak over ons hart. Als JHWH Israël gelouterd heeft en het volk eerherstel belooft, zegt Hij: ‘Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u storten. Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees en bloed geven’ (Ezechiël 36:26)
Het hart van de mens kan ook verblind zijn. Als je beheerst wordt door blinde hartstochten, als je je ziel en zaligheid inruilt voor macht en majesteit, dan is dat slecht voor je hart. Toen de sterke Simson door het oogverblindend meisje Delila was bekoord (en de naam Delila betekent ‘de begeerlijke’) gaf hij het geheim van zijn kracht prijs. Hij leverde zijn hart, dat hij aan God had gegeven, uit aan een ander. Hij was verblind geworden door de liefde. Ze sneden zijn haren af en staken hem de ogen uit. Maar met het doven van het licht van zijn ogen, brak in zijn hart het licht door. En met de ogen van zijn hart gaf God hem nog eenmaal zijn kracht terug. Met een geweldige laatste krachtsinspanning trok hij de zuilen van de tempel uit elkaar zodat het hele gebouw als een kaartenhuis in elkaar stortte. Een mens, beroofd van het licht in zijn ogen, ziet vanuit zijn hart plotseling waar het God om te doen is.
Om écht te zien, zijn ogen niet eens zo noodzakelijk. In de Bijbel gaan lichamelijke en geestelijke blindheid doorgaans niet samen. In mythen en sprookjes komen mensen raad vragen aan blinde zieners: mensen die kunnen zien met hun hart. Blindheid is in de bijbel het beeld geworden van verblinde mens. Erger dan het missen van het licht in je ogen, is het gemis van het licht in je hart. Jezus waarschuwt niet voor niets voor ‘de blinde leiders van Israël die de mug uitziften en zelf een kameel doorslikken’ (Matteüs 23:24). Ook in onze maatschappij zien we vaak leiders – in kerk en wereld – die ziende blind zijn en de ogen van hun hart missen. Maar laten we niet te snel wijzen naar boven of beneden. We mogen en moeten ook bij onszelf te rade gaan. Heeft ons hart gezonde ogen? Kunnen we nog echt zien met de ogen van ons hart? Of hebben wij de laatste letter van ons hart, de ‘T’, allang veranderd in een ‘D’?
Op het feest van het Heilig Hart van Jezus mogen we vieren dat ook wij mogen leven vanuit het grote hart van Jezus. Als geen ander had Hij zijn hart bij mensen liggen. Dat had Hij van zijn Vader geleerd, die ons vanuit zijn hart geschapen heeft als zijn Beeld en Gelijkenis. In zijn hart mogen we rust en vrede vinden. Dat zegt ook de evangelist Matteüs vandaag. ‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en ik zal u rust en verlichting geven’ (11:28). Een hartverwarmende gedachte. Dat hart van onze Heer is voor ons als een bron. We mogen, ook na tweeduizend jaar, nog leven van een Mens, die meer dan wie ook, zijn hart op de juiste plaats had!
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam