Ontmoet Anton Pouw

“Ben je je geloof kwijt, dan ben je alles kwijt.”

Woorden van zijn vaderzaliger die Anton van harte onderstreept. Zijn verering voor Maria is groot en even zoveel liefde heeft hij ook voor de duif.
Zijn zorg en aandacht met een vleugje humor tekenen hem tijdens onze ontmoeting. Of het gaat om het kopje koffie dat wordt gezet, de uitgeputte duif die binnen wordt gebracht en voer krijgt of de kus die Gerry geeft als ze met kleindochter Emma vertrekt voor een paar boodschapjes. Alles heeft zijn tijd en krijgt zijn aandacht.

De ziel van onze kerk wordt gevormd door mooie en bijzondere mensen, die ieder op zich zo verweven zijn met onze kerk dat ze er om zo te zeggen de levende stenen er van zijn. In de rubriek Ontmoet maakt u kennis met een persoon uit onze geloofsgemeenschap Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming. Wat verbindt hem met Joppe en wat doet het geloof met hem. Vervolgens wordt hen gevraagd het stokje aan een ander door te geven en dat gebaar verbindt ons met elkaar.

Wie ben je?

Anton PouwIk ben geboren in Deventer, in de buurt van de Vianneykerk, en ik hoop volgend jaar 84 jaar te worden. We hadden 8 kinderen thuis en een van mijn twee zussen is Nel mijn tweelingzus. In ons gezin is altijd veel gezongen. Mijn vader was koorzanger en ik heb later met mijn broers op het knapenkoor gezeten. Er werd veel gezongen. Als de familie bij elkaar was werd er – al of niet op verzoek – gezongen.
Mijn ouders hebben veel voor me betekend. Mijn moeder was een hele lieve zorgzame vrouw en ik ben nooit wat tekort gekomen ondanks de grote koppel. Er is altijd gezorgd voor eten en drinken. Zodra vader s’avonds thuis was ging hij na het avondeten naar het land waar hij aardappelen en groente verbouwde. Door hetgeen wat zij deden en waren, ben ik nu. Ik ben ruim 18 jaar gelukkig getrouwd met Gerry, na 6 jaar weduwnaar te zijn geweest. Samen hebben we 5 kinderen en 9 kleinkinderen, waar we enorm gek mee zijn. Met regelmaat komt er één of twee kleinkinderen logeren en zij zijn het die me ‘jong’ hebben doen voelen.

Duiven

Ik ben altijd actief geweest in de duivensport. Als kind hielp ik de buurjongens met het schoonmaken van de duivenhokken. En zo vroeg de oudste ‘Wil jij ook een duif?’ en dat wilde ik wel, ‘maar ik heb geen hok’, antwoordde ik. De oudste maakte een mooi hok en ik kreeg 6 prachtige postduiven en daarmee is het begonnen. Omdat ik geen klok had werd de klok midden op het pad gezet. Dat kon want onze tuinen grensden aan elkaar. Zo hielpen we elkaar als de duiven binnen moesten komen. Ging het goed en we verdienden er wat mee, dan werd van de opbrengst voer en zelfs de seizoenkaart van de Go Ahead Eagles gekocht. In vogelvlucht. Ik werd lid van de Gevleugelde Vrienden, afdeling Deventer en waar ik later 25 jaar voorzitter van ben geweest. Daarna was ik voorzitter van afdeling Salland en ik was voorzitter van de Kring Deventer. Ik heb vele postduiven mogen opvangen en verzorgen. Zelfs vandaag tijdens ons gesprek komt kleinzoon Tim, zijn moeder en zusje Julia met een uitgeputte duif. Het beestje krijgt meteen eten en de familie gaat weer heen nadat ze elkaar hartelijk hebben begroet. De zorg is wel aan opa toevertrouwd. En ondanks zijn grote liefde voor duiven heeft Anton een hekel aan de vlieg. Die is vies.

Maria

Maria is mijn steun en toeverlaat en ik ben ziels gek met haar. Ik ga niet slapen of ik heb Maria een kus gegeven en zeg tegen haar: “Dank je wel voor de hulp die je mij vandaag hebt gegeven.“. Mijn vader is in de oorlog 9 maanden gevangen gezet, eerst in de Koepelgevangenis en later is hij overgeplaatst naar Kamp Amersfoort. Zijn geluk was dat hij de Duitse taal goed beheerste omdat hij in Duitsland op de lagere school heeft gezeten. En daardoor kon hij werk voor de Duitsers verrichten. Was hij eerst tot de dood veroordeeld, is hij later vrijgesproken mits hij geen activiteiten tegen de Duitser zou ondernemen. Terstond was hij vrij en ging met de trein van Amersfoort naar Deventer. Hij heeft er thuis weinig over gesproken maar zijn overtuiging is zijn redding geweest. Vader zei: ‘je kunt alles doen wat je maar wilt, maar ben je je geloof kwijt dan ben je alles kwijt. ‘ En dat is ook mijn overtuiging.

Zelfs toen ik 6 jaar geleden in het ziekenhuis lag stond mijn Mariabeeldje op het nachtkastje, want ze gaat met me mee. De verpleegster mocht alles doen, als ze maar van Maria af bleef.

En als ik aan het schoffelen was rond de kerk en iemand vroeg ‘Wat vindt u van Maria’, dan zei ik steevast, wilt u er niet meer over beginnen. Ik praat ook niet over uw moeder. Ik mag graag een mop vertellen maar heb een hekel aan lulla’s. Ik praat namelijk niet over andere mensen maar graag met de mensen.

Het Ei

Weet je wel dat een ei van Witte Donderdag jarenlang goed blijft? Nee, zeg ik verbaasd. Al gauw wordt het potje met ei erbij gehaald en geproefd. Het smaakt goed. Anton vertelt over het oude gebruik om de eieren die zijn gelegd op Witte Donderdag te bewaren. Ze blijven goed en rauw gemalen is de poeder zelfs geneeskrachtig. Of je strijkt met een ei over de plek waar je pijn hebt dat zorgt voor genezing en of verlichting van de pijn. Mijn vaderzaliger had zelfs een ei mee op vakantie. Ik heb deze kennis meegekregen van mijn ouders en hiermee helpen we weer andere mensen.

Werk

Anton heeft een arbeidzaam leven gehad en had er ook geen hekel aan. Of het nu was als 14 jarige te hebben gewerkt als boerenknecht, of bij textielfabriek Ankersmit, waar hij het spinnen heeft geleerd, of bij de blikfabriek Thomassen en Drijver, of bij Van Gend en Loos als heftruckchauffeur, of bij Anton Hunink als bedrijfscontroleur, hofleverancier en bekent om zijn Gelderse worst, als bedrijfscontroleur, of bij Carbonia waar hij ruim 25 jaar verantwoordelijk was voor het maken van verf voor o.a. cartridges voor printers. Anton vond alles leuk en zo enthousiast vertelt hij ook over elk bedrijf.

Wat is je rol binnen de geloofsgemeenschap?

Ik heb gewerkt bij de tuinclub en geholpen bij uitvaarten. Vanwege het slechte lopen moest ik hiermee stoppen. Het is jammer maar ik deed het werk graag. Ook mocht ik graag met de mannen een grapje maken en had altijd een snoepje bij me voor wie dat wilde.
Ik ben 16 jaar Broedermeester van Kevelaer. Toen pastoor Grondhuis in 1998 wist dat we voor de eerste keer mee naar Kevelaer gingen, is hij persoonlijk bij ons aan huis gekomen om aan mij te vragen of ik broedermeester wilde worden voor onze geloofsgemeenschap Joppe. Dat heb ik altijd met heel veel plezier gedaan. Helaas ben ik dit jaar niet mee geweest vanwege mijn tia, die ik onlangs heb gehad.

Wat is typisch Joppe?

Wat ik mooi vind, is dat je ongeacht waar je staat of zit in de kerk alles kunt zien en horen. Al wordt het laatste helaas wat minder.

Heb je een gouden tip voor Joppe?

Het zou mooi zijn als de collectanten een vaste plek krijgen in de kerk. Ja, waarom is dat er niet? Weet je toch van me kaar dat je er bent. Ander idee voor de locatieraad is, zou het blaadje wat achter in de kerk ligt bezorgd kunnen worden bij de 80 plussers, die zich hiervoor aanmelden?

Waaraan erger je je?

Wat ik helemaal niet leuk vind is het spreken in de kerk. Het gepraat onderling voordat de viering begint, stoort. Wacht alsjeblief tot je buiten bent.

Welke waarde heeft het geloof voor jou?

Alles. Ik denk bij deze vraag terug aan wat mijn vader heeft gezegd. Ben je je geloof kwijt, dan ben je alles kwijt. En als ik langs de kerk kom, groet ik. Je moet niet aan mijn geloof komen. Ik heb het met de paplepel mee gekregen en Gerry is op latere leeftijd Rooms Katholiek geworden. Samen bidden we en beleven we ons geloof.

Heb je een lievelingslied, psalm of gebed en zo ja, welke is dat? Waarom?

Ik vind iedere zang mooi maar een Marialied heel mooi. Ik zing dan ook heel graag mee. S’ochtends kan ik ook zo beginnen te zingen: ‘Uw Rozenkrans bemin ik’.
Maria is de voorspreekster van Onze Lieve Heer en aan haar leg ik alles voor.

Wat is je mooiste herinnering aan de kerk?

Dat ik gedoopt ben. En de nasleep!
Als jongen, voor dat ik in dienst moest, ben ik in retraite geweest in Zenderen. Ik heb dat als zeer intens beleefd en ik had toen grote moeite om terug naar huis te gaan, ondanks dat ik het thuis goed had. De indrukken daar hebben me gesterkt.

Wat is je favoriete kerk of plek in of rondom de kerk?

Ik zit met Gerry graag zo op onze vaste plek in de kerk, zo halverwege. Dat is goed zo.

Een gedroomde tafel van vier, jij bent de gastheer/gastvrouw. Wie nodig je uit?

Ik zou wel met Maria aan de tafel willen zitten. Dan kan ik haar zoveel vragen en met de Moeder van de Heer is alles te bespreken. Je kunt niet met iedereen alles bespreken want het kan iemand zeer doen. Gerry nodig ik ook uit want voor haar heb ik geen geheimen.

Welke levensles wil je met ons delen?

Blijf je geloof trouw. Gaat ook geen ander veroordelen of spreek er niemand op aan.
Onze huidige Paus, dat is een man die spreekt voor zichzelf en ons. Hij is een levende schaapsherder. Zo gewoon. Je leest het van zijn gezicht af. Je kunt het niet onder woorden brengen. Hij is ook zeer sympathiek voor anders denkende.
Gaat niet heen zonder te groeten of een kus. Ik vind het niet fijn als Gerry weg gaat zonder mij een kus te geven of ik haar. Daar word ik een beetje ‘boos’ van.
En ieder familielid die tijdens mijn bezoek aan Anton binnen kwam en weer ging kregen van Anton een warm onthaal met een kus.

Hoe kijk je tegen de dood aan?

Ik heb geen hekel aan de dood en ik weet ook niet wat het is. Als ’t gepresenteerd wordt dan accepteer ik het.

Aan wie geef je het stokje door?

Ik zou graag het stokje door willen geven aan Annie Gerritsen. We komen uit dezelfde buurt en waardeer haar en haar man Ton. Beide hebben allebei veel voor onze kerk gedaan en Annie zingt ook nog steeds bij het koor.

Reacties

  1. M.van Koppen zegt:

    Toch leuk om zo mensen wat beter te leren kennen!! Het steunt on idee: Hou de gemeenschap bij elkaar!!