11e Meditatie op het Evangelie door pater Auping

Tijdens het bezoek van pater John Auping SJ uit Mexico – opgegroeid in Joppe – in september 2018 aan onze geloofsgemeenschap om met ons het 150-jarig jubileumfeest te vieren is het idee geboren contact met elkaar te houden. Het voornemen van pater Auping is om ons periodiek, zo eens in de drie weken, een overweging gewijd aan een tekst uit het Evangelie met ons te delen. Wij zijn pater Auping zeer erkentelijk voor dit initiatief en wensen u veel devotie bij het lezen.

Klik hier voor
Een Gids voor het mediteren op het Evangelie door pater Auping

Jezus, de zondares en de farizeeër

Lucas 7,36-50

36 Een van de farizeeën vroeg Hem eens bij zich te eten. Hij trad het huis van de farizeeër binnen en ging aanliggen. 37 Een vrouw nu die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen, dat Jezus in het huis van de farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee 38 en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten, staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. 39 Toen de farizeeër die Hem uitgenodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: ‘Als dit een profeet was zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares.’ 40 Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Simon, Ik heb u iets te zeggen,’ waarop deze zei: ‘Zeg het, Meester.’ 41 ‘Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig denariën schuldig. 42 Omdat zij die niet konden teruggeven, schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?’ 43 ‘Ik veronderstel,’ antwoordde Simon, ‘diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden.’ Jezus zei tot hem: ‘Uw oordeel is juist.’ 44 Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: ‘Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; gij hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd. 45 Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield, sinds Ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen. 46 Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. 47 Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij betoont weinig liefde.’ 48 Daarop sprak Hij tot haar: ‘Uw zonden zijn vergeven.’ 49 De medeaanliggenden vroegen zich af: ‘Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?’ 50 Jezus zei tot de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered: ga in vrede’.”

Jezus’ barmhartigheid voor de zondares

Het is een ontroerende scene, hoe Jezus het hart van deze vrouw geraakt heeft en haar bewogen heeft een ander leven te leiden, en hoe zij Hem haar liefde betuigt en vergeving en genezing vindt. In de hele wereld, ook in Nederland, onthult het sociologische onderzoek dat een vrouw prostitutie als werk kiest, wanneer er twee condities vervuld zijn: in de eerste plaats, dat zij als kind in een familie thuis was waar moeder dominant, en een zwakke vader ondergeschikt was; en in de tweede plaats, dat zij in een situatie van economische schaarste terecht gekomen is, bijvoorbeeld, omdat haar man haar aan haar lot overgelaten heeft met een of twee kleine kinderen. In deze omstandigheden is het mogelijk dat zij de weg opgaat van seks voor geld.  In Jezus ontmoet de zondares een man die niet zwak is maar sterk, die niet gemanipuleerd kan worden met seks. En tegelijk is het een man die haar niet minacht en veroordeelt, zoals de farizeeër, maar ten opzichte van haar een houding van liefde en respect heeft. Deze houding van Jezus maakt het haar mogelijk Hem te vertrouwen, zich aan Hem over te geven en Hem een belangeloze liefde te betuigen. …Jezus’ manier om met de zondares in contact te treden is voor ons een voorbeeld. Het is een combinatie van karaktersterkte ‒ die elke mogelijke manipulatie door anderen uitsluit ‒, met een houding van liefde en respect ‒ die minachting en harde oordelen uitsluit ‒. Zo’n houding doet wonderen: mensen bekeren zich, zoals deze zondares.

De driehoeksrelatie Jezus-zondaar-farizeeër

In de synoptische evangelies komen we dikwijls de driehoeksrelatie Jezus-zondaar-farizeeër tegen, zoals in deze evangelietekst over Jezus’ barmhartigheid voor de zondares: de farizeeër bekritiseert Jezus vanwege zijn barmhartigheid met de zondaars, en Jezus verdedigt zijn barmhartigheid met de zondaars. We zien dat bijvoorbeeld ook in de roeping van Matteüs (Matteüs 9,9-13); in de genezing van de verlamde (Lucas 5,17-26); en in de parabel van de vader en zijn twee zonen (Lucas 15,1-3.11-32).

We kunnen de drie personen van deze driehoeksrelaties herkennen in drie aspecten of drie ‘delen’ van iemand die als persoon niet 100% geïntegreerd is. Dikwijls bestaat er in het centrum van de persoon een relatief gezond deel, dat in staat is objectief te zijn en relatief vrij is om beslissingen te nemen; maar ook zijn er in het geheugen registers van traumatische jeugdervaringen, zoals bijvoorbeeld het trauma van verlatenheid door een affectief verlies, of een gevoel van angst en onmacht dat zijn oorsprong heeft in de vroege relatie met een in woord en/of daad agressieve vader of moeder. Het ‘ik’ van een persoon kan zich alliëren met elk van deze drie ‘delen’, zonder dat erg bewust te zijn, afhankelijk van de omstandigheden.

Een voorbeeld kan dit duidelijk maken. Eens kwam bij mij voor een interview een jonge zuster die nog niet haar eeuwige professie gedaan had. Zij nam deel aan een achtdaagse retraite die ik gaf in Guadalajara. Ze had moeite om te zeggen waarvoor ze gekomen was, een beetje verlamd door schaamte. Ik hielp haar met de vraag “heeft het iets te doen met seksuele ervaringen?”. Ze vertelde toen haar verhaal. Een paar maanden terug had ze een priester opgezocht voor geestelijke leiding. Hij was heel teder en vol begrip, en op een gegeven moment zat ze op zijn knieën en begon hij haar te strelen, eerst haar haren, toen haar borsten en geslachtsorgaan. Na deze sessie was ze vervuld van schaamte en schuld en ging biechten bij een andere priester die haar op agressieve wijze berispt had: “u bent in het religieuze leven en u doet zulke dingen?: u moest zich schamen!”. Ze eindigde die biecht met meer schuldgevoelens dan ze ermee inging, en bovendien met twijfels of ze wel geschikt was voor de eeuwige geloften. En nu kwam ze bij mij, de derde priester in het rijtje, die haar hielp zich te begrijpen.

Elk van de drie priesters in deze geschiedenis was in contact getreden met een verschillend ‘deel’ van de jonge zuster.[1] De eerste priester die haar seksueel verleid had, was in contact getreden met een getraumatiseerd driejarig kind in haar. Gedurende de eerste drie jaren van haar leven, was ze enig kind en heel gelukkig met moeders aandacht en affectie. Toen ze drie jaar was, was haar broertje geboren. Haar moeder wijdde toen bijna al haar aandacht aan de pasgeborene. Het kind van drie deed toen van alles opdat zij opnieuw in het centrum van de aandacht van haar moeder zou komen te staan, maar het was tevergeefs. Dit betekende dat ze affectief op die leeftijd verdreven was uit het paradijs van moeders voorkeurs liefde. Dit trauma liet in haar een gevoel van verlatenheid na, die er de oorzaak van was dat, als ze ’s nachts niet in slaap kon komen ‒ wat vaak gebeurde ‒, zij zich masturbeerde om zo dat gevoel van verlatenheid te ontsnappen. De onbewuste zoektocht naar het verloren paradijs van moeders voorkeurs liefde maakte haar heel gevoelig voor de seksuele verleiding van de eerste priester.
   De tweede priester was in contact getreden met een ander ‘deel’ van haar, een kind dat dikwijls op strenge en agressieve wijze door haar vader gecorrigeerd was. Ze was bang voor hem. Ze projecteerde in die tweede priester deze onsympathieke, agressieve vader.
   De derde priester, ikzelf, trad in contact met het gezonde ‘deel’ van haar, een volwassene die in staat is afstand te nemen van zijn eigen gevoelens, de dingen en zichzelf objectief te analyseren, en die tolerant is met betrekking tot frusterende ervaringen, wat nodig is om psychologisch te genezen. God zelf, dank zij de bemiddeling van de derde priester, was in staat een bondgenootschap aan te gaan met het gezonde ‘deel’ in haar, en via dat bondgenootschap in contact te treden met het zich door moeder verlaten voelende kindje van drie jaar in haar, en met het door een agressief-beschuldigende vader geïntimideerde kind in haar, en haar zo te genezen en te helpen een meer geïntegreerde persoon te worden.

Hoe men in navolging van Jezus kan handelen in het geval van ontrouw

Het seksuele avontuur van de zuster met de eerste priester was niet deel van een affectieve relatie, maar eerder een geïsoleerd incident. Maar ik heb ook vele keren priesters en/of hun partners therapie gegeven, die al maanden lang een affectieve relatie hadden en soms zelfs echt op elkaar verliefd waren. Ook gebeurt het dat een getrouwde man of vrouw een affectieve relatie heeft met een partner buiten het huwelijk, en dat dan zijn of haar huwelijkspartner deze ontrouw ontdekt. Hoe moet men in zulke situaties handelen?

Laten we beginnen met de affectieve relatie tussen een priester en een zuster of vrouw. Wat moeten de ontrouwe priester en zuster of vrouw in zo’n geval doen? Het feit dat die priester, of die zuster, of die vrouw, bij mij komen voor goede raad betekent dat ze de intentie hebben hun leven en hun liefde te ordenen. Aan een ontrouwe priester of zuster of vrouw geef ik in het algemeen de raad dat hij haar, of zij hem, niet minder maar méér moeten liefhebben. Deze raad wekt in hen steevast verbazing. Dit is niet wat ze verwachten te horen en wat anderen hun gezegd hebben. En ik leg hun dan uit wat ik bedoel.

Méér van iemand houden dan u tot nu toe gedaan hebt, betekent dat u een mens moet liefhebben zoals God van hem houdt. Van iemand gaan houden zoals God van hem/haar houdt, betekent dat u veel voor zo iemand moet bidden. Langzaam maar zeker worden in het gebed uw gevoelens van liefde voor de ander gesublimeerd en geïntegreerd in Gods gevoelens voor hem of haar, en uw liefde voor de ander wordt op die manier geheel belangeloos en geestelijk. In de periode dat u zo voor hem of haar bidt, vurig en constant, onthoudt u zich er van met de ander seksueel contact te hebben. Deze transformatie van onze menselijke liefde in goddelijk-menselijke liefde, deze vergoddelijking van onze mensenliefde betekent dat onze liefde voor de ander niet vermindert, maar eerder groeit en rijpt! De vrucht van dit proces is een door de Godservaring geordende vriendschap tussen die priester en die zuster of vrouw.

Laten we nu stilstaan bij de ontrouw van een echtgenoot in het huwelijk. Het gaat bijna altijd om zijn ontrouw, die door haar ontdekt is. In het algemeen heeft zij grote moeilijkheid om hem te vergeven, wat normaal is. Ze komen dan allebei voor een echtpaar therapie. Soms heeft het door hem gepleegde overspel er toe geleid dat ze niet meer samenleven, al is er nog geen echtscheiding. In deze gevallen, is het bijna altijd zo dat hij berouw heeft. Voor haar is het niet alleen een probleem dat hij overspel gepleegd heeft, maar ook dat hij haar vertrouwen verloren heeft: hij heeft gelogen en haar bedrogen tot zij het ontdekte. Hoe kan ze nu geloven in zijn woord dat hij het niet meer zal doen? Het moet hem duidelijk worden dat hij opnieuw haar vertrouwen moet winnen en dat dit tijd kost en inhoudt dat hij nooit en niet in het minst een leugentje mag vertellen, zelfs niet over details die niets met ontrouw te maken hebben. In woord en daad moet hij helemaal transparant zijn.

Als het de eerste keer is dat hij op overspel betrapt is, en hij inderdaad berouw heeft, stel ik haar voor hem te vergeven, maar dat die vergeving gepaard moet gaan aan een ultimatum: als hij in de toekomst opnieuw overspel pleegt, zal echtscheiding haar antwoord zijn. Een tweede keer zullen er dus consequenties zijn. Hij moet ook beloven direct van het werk naar huis te gaan, en als hij voorziet dat hij vanwege een vergadering wat later thuis zal komen, dan moet hij haar telefonisch daarvan op de hoogte brengen. Geen verrassingen! In sommige gevallen is het nodig dat de vrouw met wie hij overspel gepleegd heeft, bijvoorbeeld zijn secretaresse, niet langer in zijn bedrijf werkt, voor zo ver dat van hem afhangt.
In het algemeen, in echtpaar therapie, is het nodig te onderzoeken hoe de relatie tussen beide partners verslechterd is vóórdat hij overspel gepleegd heeft. Het kan zijn dat beide partners voor die verslechtering mede-verantwoordelijk zijn geweest en dat er behoefte is aan een hervorming van hun relatie en van het familie systeem, een hervorming waaraan beide partners moeten bijdragen.
De deugden die de ontrouwe priester of man, of zuster of vrouw, moet beoefenen zijn dezelfde deugden die de zondares beoefent: berouw, liefde, en betrouwbaarheid.

Pedofiele mannen

In de context van deze meditatie over seksuele ongeordendheid en Gods barmhartigheid, is het nodig ook stil te staan bij het probleem van pedofiele mannen, getrouwd of priester. Jezus vindt deze zonden, die kleine kinderen grote psychologische schade aandoen, en in de kerk grote en publieke schandalen, en ergernis en geloofsafval veroorzaken, ontzettend erg:

“Als iemand een van deze kleinen die in Mij geloven aanstoot geeft, zou het beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals hing en hem liet verdrinken in het diepste van de zee. Wee de wereld vanwege de ergernissen! Weliswaar is het onvermijdelijk dat er ergernis gegeven wordt, maar wee de mens door wiens toedoen dit geschiedt! Geeft uw hand of voet u aanstoot, hak ze af en werp ze van u weg; het is beter voor u verminkt of kreupel het Leven binnen te gaan, dan in het bezit van twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur te worden geworpen. Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u met een oog het Leven binnen te gaan, dan in het bezit van twee ogen geworpen te worden in het vuur van de hel. Hoedt u er voor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is” (Matteüs 18,6-10).

God zij dank hebben de vorige en de huidige paus maatregelen genomen, die, in het geval van pedofiele priesters, de bisschop verplichten met het strafrechtelijk systeem van het land mee te werken. Dit wil niet zeggen, dat alleen priesters pedofiel zijn, en evenmin betekent het dat pedofiele mannen uitgesloten zijn van Gods barmhartigheid. Ik zal eerst wat statistieken geven, en dan een paar concrete gevallen analyseren.

Wat de statistieken betreft, heb ik alleen betrouwbare gegevens over de Verenigde Staten. Volgens Michael Seto, is 5% van de mannelijke bevolking pedofiel, als we daarin de efebofiele mannen meetellen, en ook mannen die niet frequente pedofiele fantasieën hebben, al voeren ze die fantasieën niet uit in pedofiele daden. Dit percentage wordt tot 1% gereduceerd, als we alleen mannen meetellen die heel frequente fantasieën over seks met kinderen hebben, en pedofiel actief zijn. Volgens James Cantor, 2 tot 5% van de priesters hebben, respectievelijk, niet frequente of frequente fantasieën over seks met kinderen. Volgens het verslag van het John Jay College of Criminal Justice van New York, waren, van 1950 tot 2002, 4% van de priesters in de Verenigde Staten pedofiel actief geweest, een totaal van 4.392 priesters, als we in dat getal de efebofiele priesters meetellen. Volgens Philip Jenkins van het Institute of Religious Studies in de Verenigde Staten, zijn tussen 1 en 2% van de priesters in de Verenigde Statane pedofiel actief geweest, als we in dat getal niet de efebofiele priesters meetellen, en er bestaat geen empirische evidentie dat de pedofilie meer frequent is onder katholieke priesters dan bij protestantse predikanten, joodse leiders, dokters, sportleraren of andere beroepen waarin mannen gezag hebben over kinderen.[2]

Ook is het, volgens Jenkins, een niet gelovige auteur, een feit dat in het geval van priesters het vaak gebeurt dat dezelfde gevallen van pedofiele misdaden meerdere keren in de publiciteit komen, bijvoorbeeld eerst als een individueel geval, dan als deel van de diocesane statistiek, en dan als deel van de nationale statistiek, wat dan in de publieke opinie de indruk wekt dat katholieke priesters deze misdaden vaker bedrijven dan bijvoorbeeld voorgangers van de Baptisten denominatie of getrouwde mannen.

Al deze statistieken leren ons dat de percentages van pedofiele en efebofiele mannen in de bevolking in het algemeen, en onder priesters in het bijzonder, ongeveer dezelfde zijn, al is er een suggestie dat priesters, meer dan mannen in het algemeen, hun pedofiele fantasieën metterdaad in pedofiele daden omzetten, omdat ze daartoe meer gelegenheid hebben, door hun contact met misdienaars en seminaristen.

Ik zal nu een drietal gevallen analyseren van pedofiele mannen en priesters, waarin ikzelf actief betrokken ben geweest, als therapeut of als promotor van de stafrechtelijke en canonieke aanklacht. Ik waarschuw de lezer bij voorbaat dat dit drie gruwelijke verhalen zijn.

Een jaar of tien geleden zocht mij een religieuze novice op voor geestelijke leiding. Zij nam de eerste keer haar broer mee, die Rodrigo heette en ex-seminarist was. Hij was psychologisch helemaal in de war, en ontzetten boos op de katholieke kerk. Hij vertelde mij dat hij gedurende meerdere jaren, op het seminarie van het bisdom San Luís Potosí, verkracht was door de geestelijke leider van het seminarie die Noël heette. Rodrigo’s vader had het gezin jaren geleden verlaten, en Noél had Rodrigo, met cynische sluwheid, gemanipuleerd, hem er van overtuigend dat: “ik ben voor jou als een vader”. Het toeval, of beter gezegd, de goddelijke voorzienigheid, wilde dat ik een maand later een achtdaagse retraite zou geven, gedurende de Goede Week, in het bisdom San Luis Potosi. Ik zou op Palmzondag aankomen. Ik kwam met Rodrigo overeen dat hij, zijn zus, en zijn moeder ‒ die jarenlang tevergeefs geprobeerd hadden in contact te komen met Mgr. Carlos Cabrero, de aartsbisschop van San Luís Potosí, om hem in te lichten over deze misdaad ‒, mij op Palmzondag zouden opzoeken. Op het einde van deze ontmoeting sprak ik met Rodrigo en zijn moeder af, dat we de volgende dag de gerechtelijke vicaris van het bisdom zouden opzoeken, omdat het nodig was onmiddellijk de strafrechtelijke en canonieke aanklachten te realiseren.

De volgende dag ontving de vicaris ons. Hij was pas benoemd, en we leerden van hem dat de vorige vicaris alle pogingen van familieleden van slachtoffers van pedofiele priesters, om een audiëntie bij de aartsbisschop te agenderen, verhinderd had. In de computer werden de strafrechtelijke en canonieke aanklachten geredigeerd en Rodrigo ondertekende de canonieke aanklacht, maar niet de strafrechtelijke, omdat hij geen publiciteit wilde. Toen vroeg ik de vicaris of hij zo goed zou willen zijn om de aartsbisschop op te bellen, opdat hij ons diezelfde dag zou ontvangen. De vicaris zei dat dit, zonder afspraak, wat moeilijk was, maar ik zei hem dat de ernstigheid van de door Noël gepleegde misdaden ‒ Rodrigo was niet het enige slachtoffer ‒ het nodig maakten de aartsbisschop onmiddellijk in te lichten. Zo gezegd, zo gedaan, en een uur later ontving de aartsbisschop ons in zijn huis: Rodrigo, zijn moeder, de vicaris en ik.

Sinds ik Rodrigo voor het eerst ontmoet had, was hij reeds veel ten goede veranderd. Mijn hulp had hem doen voelen dat hij niet onmachtig was tegenover de pedofiele priester die hem zoveel psychologische schade had aangedaan. Er was geen verwarring meer en ook geen woede op de kerk. Op heel serene wijze, en soms met tranen in de ogen, vertelde Rodrigo zijn verhaal. Toen hij Mgr. Cabrero vertelde dat een andere seminarist ‒ van wie hij, mijn suggestie volgend, de naam en het adres van diens ouders aan de aartsbisschop gaf ‒ ook door Noël verkracht was en dat die seminarist zelfmoord had gepleegd, werd de aartsbisschop helemaal bleek, vroeg Rodrigo vergiffenis, en beloofde ons dat hij over drie dagen, op Witte Donderdag, vóór de door hem gepresideerde mis, Noël zou suspenderen. Inderdaad werd Noël die dag gesuspendeerd, maar hij had geen berouw, en hield in de daarop volgende maanden persconferenties waarin hij zijn misdaden ontkende.[3]
Op verzoek van de vicaris maakte ik een psychologisch rapport over Rodrigo, waarin ik onder andere uitlegde dat hij geloofwaardig was. Gedurende verscheidene jaren nadien ontving Rodrigo van mij de achtdaagse Geestelijke Oefeningen, ieder jaar opnieuw, en zijn genezingsproces was compleet. Hij begon studies in de polytechnische hogeschool van San Luis Potosí om civiele ingenieur te worden.

Ik zal nu twee gevallen analyseren die ik in de therapie heb leren kennen. Het eerste geval is dat van een pedofiele, getrouwde man en het tweede geval, dat van een efebofiele priester. De pedofiele man had drie kinderen. Hij had seksueel misbruik gemaakt van de kleine zus van de verloofde van zijn oudste zoon. Toen de familie dat jaren later ontdekte, raakte iedereen in paniek. De beide verloofden scheidden, de vrouw van de pedofiele weigerde seksuele relaties met hem te hebben en viel hem voortdurend agressief aan, en hijzelf viel in een depressie. Ik programmeerde drie therapieën: één voor de beide ex-verloofden, één voor de pedofiele man en zijn vrouw, en één voor hem alleen. De vrucht van de eerste therapie was dat de beide ex-verloofden inzagen dat er geen enkele reden was om hun verloving te beëindigen, en zich verzoenden. De vrucht van de tweede therapie was dat zij tegenover hem een meer verzoenende houding aannam.

In de therapie voor de pedofiele man alleen, liet ik hem aan het woord om de achtergronden van zijn pedofilie te begrijpen. Hij had als eerste kind van zijn ouders meerdere tantes die even oud als hij waren. Op de familiefeesten verleidden deze tantes hem en hadden seksuele relaties met hem. Toen hij dat op een goede dag aan zijn moeder vertelde, gaf ze hem een harde draai om zijn oren, hem straffend voor het feit dat hij zulke dingen over haar jongere zusters waagde te zeggen. Zijn vader en moeder besloten dat hij op een militair internaat gezet zou worden om zo af te leren zijn tantes vals te beschuldigen. Op het internaat werden de jongens iedere morgen onder de douche naakt op een rij gezet, en dan kwam de prefect voor discipline (el ‘sergeant’) binnen om het slachtoffer van die dag uit te kiezen. Ook hij was meerdere keren het slachtoffer. Toen hij dit eens aan de directeur van het militaire internaat vertelde, bespotte deze hem. Hij durfde het niet aan zijn ouders te vertellen. Achter iedere pedofiele man staan dus slechte ouders en perverse volwassenen. Dit rechtvaardigt de pedofiele daden niet, maar het helpt ons te begrijpen hoe een pedofiele man zo geworden is.

Ik vroeg hem in één van de therapie sessies of hij na het seksuele misbruik van de jongste zuster van de verloofde van zijn oudste zoon ‒ dat vijf jaar terug had plaatsgevonden ‒ noch van andere kinderen seksueel misbruik had gemaakt. Hij zei mij dat dat niet het geval was. Ik vroeg hem toen hoe hij in staat was geweest die bekoringen te weerstaan. Hij vertelde mij het volgende. Elke keer als hij de impuls in zich voelde opkomen om een klein kind te aaien en seksueel lastig te vallen, richtte hij zijn gebed tot God, Hem vragend “Heer, mijn God, verdedig dit kind tegen slechte mensen zoals ik” en dan voelde hij hoe de pedofiele impuls uit hem wegtrok. Ik voelde sympathie voor deze nederige, pedofiele man. De pedofilie is ongeneesbaar, hooguit kan de pedofiele man zich controleren, zoals in dit geval.

Het tweede geval is dat van een efebofiele, al wat oudere, diocesane priester. Misdienaars en andere homoseksuele jongeren die in de parochie werkten, zochten hem regelmatig op in zijn slaapkamer en dan hadden ze seksuele relaties. Hij was enig kind van zijn ouders. Toen hij vijf jaar oud was, stierf zijn vader. Zijn moeder wilde zich ‘bevrijden’ van de last haar enig kind op te voeden, en ze deed hem cadeau aan een bevriend echtpaar. Eén of twee keer per week, verkrachtte de man hem seksueel, terwijl de vrouw, gezeten in stoel, van de scene genoot. Dit duurde vijf jaren. Toen hij tien was durfde hij een en ander aan zijn moeder te vertellen, Ze sloeg hem ongenadig, hem toeschreeuwend: “hoe waag je het mijn beste vrienden vals te beschuldigen”. Hij verbleef nog een paar jaren langer bij dit perverse, hem seksueel en psychologisch diep verwondende echtpaar, totdat hij uit dat huis wegliep, maar niet naar zijn moeder. Opnieuw is het zichtbaar hoe achter een pedofiele of efebofiele man slechte ouders en perverse volwassenen staan.
In de therapie, kon ik vaststellen dat zijn ‘ego-kracht’ bijna nul was. Hij was ongeneeslijk en voor altijd psychologisch beschadigd. Toch was er nog een kleine rest van ‘ego-kracht’, genoeg om hem in staat te stellen, na twee jaar therapie, de deur van zijn slaapkamer op slot te doen, en de jongeren die hem opzochten om seksuele relaties met hem te hebben, te vragen of zij zo goed zouden willen zijn zich uit de parochie-groepen terug te trekken.

Conclusie

Bij wijze van conclusie, moeten we wat dieper ingaan op twee problemen. In de eerste plaats, zijn we in deze case studies in contact getreden met het mysterie van het kwaad, in twee manifestaties: mensen die fundamenteel goed zijn, maar iets slechts doen; en mensen die echt slecht zijn. In de tweede plaats, Gods barmhartigheid met ons zondaars.

Het kwaad manifesteert zich via mensen die fundamenteel goed zijn, maar door hun menselijke zwakheid iets slechts doen. Zo zagen we de priester die de jonge zuster seksueel verleidde. De zuster beging een zonde, maar zij was geen slecht mens. Van die priester weet ik het niet. Ook de tweede priester die de zuster agressief aanviel in de biecht, pleegde een zonde, maar was niet noodzakelijk een slecht mens. De man die overspel pleegde, en aan God en zijn vrouw vergiffenis vroeg, was zwak, maar niet slecht, en vond vergiffenis.

Ook zagen we de pedofiele, getrouwde man die zondigde met de jonge zuster van de verloofde van zijn oudste zoon. En we zagen de efebofiele, oudere priester, die soms seks had met homoseksuele jongeren van zijn parochie die hem daarvoor opzochten. In deze twee gevallen hebben we te maken met menselijke zwakheid die mensen er toe brengt iets slechts te doen, begrijpelijk, in het licht van de verwoestende jeugdtrauma’s die ze geleden hadden, maar niet te rechtvaardigen. Beide mannen konden vertrouwen opbrengen op Gods barmhartigheid, en hadden in feite deze ervaring van Gods barmhartigheid beleefd. Voor zwakke mensen die berouw hebben, is vergeving de weg, vergeving van Gods kant, en ook vergeving van onze kant. Wie zonder zonden is, zegt Jezus, werpe de eerste steen: “Toen ze bij Hem aanhielden met vragen, richtte Hij zich op en zei tot hen: ‘Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.’ (Johannes 8,7).

Waar het probleem van het kwaad en van Gods barmhartigheid moeilijker te begrijpen zijn, is in het geval van echt slechte mensen. We zagen de efebofiele, priester, Noël, die op het seminarie seksueel misbruik maakte van seminaristen die van hem geestelijke leiding ontvingen, en die er mee door ging, zolang hij kon, ook al had een van die seminaristen zelfmoord gepleegd en was een ander uit het seminarie uitgetreden, en die in publieke interviews de aartsbisschop uitdaagde nadat die hem gesuspendeerd had. We zagen de slechte moeder van de efebofiele priester die zich van hem ‘bevrijdde’, toen hij vijf jaar oud was, door hem cadeau te doen aan een bevriend echtpaar. We zagen hoe dit echtpaar wekelijks, gedurende jaren, seksueel misbruik maakten van een kwetsbare jongen en hoe zijn moeder hem ongenadig sloeg toen hij haar vertelde wat ze hem deden. Dit waren drie echt slechte mensen. Ook zagen we dat de slechte moeder van de getrouwde pedofiele man hem ongenadig sloeg toen hij haar als jong kind vertelde dat zijn tantes van hem seksueel misbruik maakten, en hem toen op een militair internaat deed, opdat hij zou afleren haar zusters te beschuldigen. En we zagen de slechte ‘sergeant’ van dat militaire internaat, die iedere dag onder de douche zijn seksuele slachtoffer uitkoos, onder wie vele malen dit jonge kind, om ze te verkrachten. Deze moeder en deze ‘sergeant’ waren ook echt slechte mensen.

Kunnen slechte mensen op Gods barmhartigheid rekenen? Dat hangt van de slechte mens af. Het probleem is niet dat God hen niet wil vergeven, maar dat ze vaak die vergeving niet willen ontvangen. Veel slechte mensen willen, in het uur van hun dood, niet toegeven dat ze fout waren. In hun hoogmoed verharden ze zich tegen God. En God zal nooit zijn barmhartigheid aan iemand opleggen, Hij respecteert de vrije wil van de mens. Het is eigen aan de liefde, dat de liefde de ander niet kan dwingen deze liefde te aanvaarden. Dat is de reden waarom veel slechte mensen zich verdoemen. Maar wie met Gods genade berouw verwerkt, al is het pas in het uur van de dood, kan op Gods barmhartigheid rekenen.

  1. Voor dit soort analyse, zie Eric Berne, Transactional Analysis in Psychotherapy. Grove Press, New York, 1961.
  2. Philip Jenkins, Pedophiles and priests. Anatomy of a contemporary crisis, Oxford University Press, 2001.
  3. Andere efebofiele ex-priesters hebben wel berouw gehad, bijvoorbeeld Joël Allaz.Zie het interview met Joël Allaz in het door zijn slachtoffer geschreven boek: Daniel Pittet, Mon Pére, je vous pardonne. Survivre á una enfance brisée, Éditions Philippe Rey, 2017, met een voorwoord van Paus Franciscus.

Heeft u vragen over de tekst of wilt u iets delen met pater Auping, dan kunt u mailen naar : [email protected]