7e Meditatie op het Evangelie door pater Auping

Tijdens het bezoek van pater John Auping SJ uit Mexico – opgegroeid in Joppe – in september 2018 aan onze geloofsgemeenschap om met ons het 150-jarig jubileumfeest te vieren is het idee geboren contact met elkaar te houden. Het voornemen van pater Auping is om ons periodiek, zo eens in de drie weken, een overweging gewijd aan een tekst uit het Evangelie met ons te delen. Wij zijn pater Auping zeer erkentelijk voor dit initiatief en wensen u veel devotie bij het lezen.

Klik hier voor Een Gids voor het mediteren op het Evangelie door pater Auping

 

De storm op het meer

Matteüs 14,22-36

Lluís Borrassà (1360-1425) – Petrus loopt over het water.

22 Onmiddellijk hierna dwong Hij zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. 23 Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. 24 De boot was reeds vele stadiën uit de kust en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. 25 In de vierde nachtwake kwam Hij te voet over het meer naar hen toe. 26 Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. 27 Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: “Weest gerust. Ik ben het. Vreest niet.” 28 “Heer”, antwoordde Petrus, “als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.” 29 Waarop Jezus sprak: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30 Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: “Heer, red mij!” 31 Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” 32 Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. 33 De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God. 34 Toen zij overgestoken waren, bereikten zij de kust bij Gennésaret. 35 Toen de mannen van die streek Hem herkenden, verspreidden zij in heel de omtrek het bericht van zijn komst en brachten Hem al hun zieken. 36 Ze smeekten Hem of ze tenminste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen die dit deden, werden gezond.

Jezus bidt

De onthoofding van de Johannes de Doper. Ets door Rembrandt van Rijn.

Het is maar een voorbijgaande opmerking: “Hij ging de berg op om in afzondering te bidden”, maar het is goed er even bij stil te staan en de gebeurtenissen te reconstrueren. Jezus had zojuist het bericht ontvangen dat Herodes, op instigatie van Herodias, Johannes de Doper had onthoofd: “Herodes gaf daarom opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Zijn hoofd werd op een schotel binnengebracht. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen en begroeven het; daarna gingen zij het aan Jezus melden” (Matteüs 14,10-12). Bij het ontvangen van dit bericht, voelt Jezus de behoefte een en ander in eenzaamheid te verwerken. Hij voorziet immers hoe het met Hem zelf zal aflopen: “Op dit bericht voer Jezus vandaan in een boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn” (Matteüs 14,13a). Maar de mensen laten Hem niet met rust: “Maar het gerucht hiervan drong tot het volk door en het ging Hem te voet uit hun steden achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken” (Matteüs 14,13b-14). Hij heeft medelijden met de mensen “omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder” (Matteüs 9,36) en Hij stelt de vervulling van zijn verlangen om alleen te zijn met God voor het moment uit. Hij begint de mensen te onderwijzen, en hun zieken te genezen. Dan, tegen het vallen van de avond, vermenigvuldigt Jezus vijf broden en twee vissen om de mensen te eten te geven. Dat was een hele operatie: brood en vis voor vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegeteld. Na afloop van dit avondeten, is het inmiddels al veel later in de avond, en eindelijk kan Jezus nu toegeven aan zijn verlangen om alleen te zijn en te bidden: “Onmiddellijk hierop dwong Hij zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen” (Matteüs 14,22-23).

Wat hier de aandacht trekt, is, van de ene kant, Jezus ’empathie met de nood van de mensen, met hun behoefte aan onderwijs, genezing, en voeding, en zijn prioriteit: de werken van naastenliefde gaan vóór, daarna komt het gebed. Van de andere kant, is zijn trouw aan het persoonlijk gebed opmerkelijk. Hij is in staat het gebed uit te stellen, maar Hij laat het niet weg. Soms doen wij het anders: van uitstel komt afstel en het persoonlijk gebed verdwijnt uit ons leven. Op dit punt, is Jezus voor ons een voorbeeld: soms moet je iets doen ten gunste van anderen, en moet je het persoonlijk gebed uitstellen. Maar het persoonlijk gebed moet niet van de tafel vallen. Je moet eerlijk zijn met jezelf, en ruimte maken voor het persoonlijk gebed. Om te volharden in empathische relaties met anderen, in verantwoordelijkheden en beproevingen, is het gebed een onmisbaar hulpmiddel. Over het gebed heb ik meer gezegd in het essay “De evolutie van het gebedsleven en de Godservaring” die op deze website te vinden is.

De leerlingen zien spoken

Als Jezus over het water naar hen toekomt, herkennen de leerlingen Hem niet. Ze vrezen een spook te zien en “en begonnen van angst te schreeuwen” (Matteüs 14,26). Wij mensen zien soms spoken: we projecteren in zekere personen en omstandigheden dingen waar we ooit bang voor waren, al zijn ze er nu niet meer, en we zijn dan niet meer objectief. Daarom zeggen de psychologen dat in een huwelijk zes mensen getrouwd zijn: hij, zij, haar vader en moeder, en zijn vader en moeder. Deze projecties kunnen gepaard gaan met gevoelens van afhankelijkheid, onmacht, boosheid, ergernis of depressie, hetzelfde wat de volwassene ooit als kind voelde in die traumatische omstandigheden.

En het gebeurt niet alleen in het huwelijk. Ook in het werk of de politiek kunnen mensen veel dingen projecteren en spoken zien. Een Mexicaanse psycholoog, Francisco González, schreef een boek dat heet De psychisch-sociale dynamiek van de Mexicaan.[1] en legt daarin uit dat veel Mexicanen onbewust in hun relatie met de regering een afhankelijkheid van een zorgzame moeder projecteren, de moeder die ze hadden toen ze een jaar oud waren. Ze willen onbewust van de regering afhangen, zoals een baby van zijn moeder. Vandaar hun neiging om autoritaire regimes te steunen, van de regering subsidies af te dwingen, of een baan te zoeken in de regering, bij voorkeur een baan waar je weinig werkt, maar goed verdient. Velen zijn bang om zelfstandig te zijn en niet van een ‘almachtige’ autoriteit af te hangen. Dit soort projecties kunnen dus zowel individueel als collectief zijn.

Ook gebeurt het dat mensen problemen hebben met de baas op het werk, of met de overste in de religieuze congregatie, omdat ze een jeugd-conflict met een autoritaire vader of moeder niet bewust zijn en niet controleren. Ook zij zien spoken. We zagen een voorbeeld hiervan in de jonge zuster van de derde overweging. Zij projecteerde in haar provinciale overste, en op een zeker moment, ook in de pater die haar Geestelijke Oefeningen gaf, het spook van haar onrechtvaardige en keiharde moeder.

De combinatie van psychotherapie en gebed kan spoken uitdrijven

In dat voorbeeld zagen we hoe vroege ervaringen van het kind in de schoot van de familie een levenslange invloed hebben, ten goede, als het gaat om positieve ervaringen, of als het trauma’s zijn, ten slechte. Net als Freud op het einde van zijn leven, geloven sommige psychoanalytische auteurs niet dat psychologische genezing mogelijk is. In mijn praktijk als therapeut ben ik meer optimistisch geworden, want ik heb in die sessies bevestigd wat William Parker en Elaine St. Johns in een wetenschappelijk onderzoek, getiteld Het gebed in de psychotherapie, hebben bewezen, namelijk dat de combinatie van gebed en therapie de patiënten wel echt van de gevolgen van hun jeugdtrauma’s kan bevrijden.[2]

Een voorbeeld hoe men bevrijd van vrees de overwinning kan behalen

Tot hier toe heb ik het gehad over irrationele bangheid, spoken zien, die haar wortels heeft in jeugdtrauma’s. Maar er bestaat ook een rationele vrees, die ons van nature eigen is. Als je een snelweg wilt oversteken, dan heb je een heel gezonde vrees voor al die snelle auto’s, een vrees die je ervan weerhoudt op roekeloze wijze over te steken. Ook gebeurt het dat wij terecht bang zijn voor toestanden die inderdaad bedreigend zijn, maar die van ons vragen onze natuurlijke vermogens en talenten ijverig in te zetten, en tegelijk in het gebed ons te vullen met de energie van de Heilige Geest[3]. Op deze wijze, kunnen we de bedreigende situatie aan en er zegevierend doorheen komen. Het gaat hier niet om spoken, de bedreiging van de storm op het meer is reëel en we hebben door geloof bezield gebed en vaardigheid nodig om ‘over het water naar Jezus toe te lopen’, zoals Petrus: “als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen” (Matteüs 14,28)

Een voorbeeld uit mijn eigen ervaring. Op een goede dag ging ik een retraite van acht dagen geven aan zusters wier convent aan de voet van de Iztaccíhuatl ligt, een meer dan vijfduizend meter hoge vulkaan, op vijftig kilometer afstand van Mexico stad. Het convent was op een hoogte van zo´n drieduizend meter tegen de helling van de vulkaan gebouwd. Het convent was omringd door een tuin, die op zijn beurt omringd was door een hoge muur. Toen de moederoverste de poort van de muur opendeed om mij binnen te laten, hoorde ik een luid geblaf en zag links, in een hoek van de tuin, een kooi met een woest blaffende hond, die probeerde de metalen gaas van zijn kooi te verscheuren met de duidelijke intentie daarna mij te verscheuren. De moeder overste voegde daar een waarschuwing aan toe: “gaat u nou niet na zeven uur in de avond in de tuin wandelen, want de zuster die hem te eten geeft, laat hem na zeven uur los in de tuin, opdat hij ons beschermt”. Ik zei heel laconiek: “dank u wel voor de waarschuwing”. Omdat ik het op zo’n laconieke toon zei, voegde de moeder overste er de volgende anekdote aan toe: een paar dagen geleden had een Franciscaner broeder hen bezocht, met het doel hun een mand met aardbeien kado te doen, die hij geplukt had in het bos. Het was half zeven, maar de hond was die avond wat vroeger losgelaten en viel de Franciscaner broeder aan, hem een vinger van zijn hand afbijtend. De broeder verloor het bewustzijn. De zusters brachten hem, met de afgebeten vinger, naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, dat op drie uur afstand van het convent lag, waar ze de wond en de vinger schoonmaakten en vastnaaiden. “Zo gevaarlijk is die hond, Pater, past u alstublieft op”. Opnieuw gaf ik hetzelfde laconieke antwoord: “dank u wel voor de waarschuwing”.

We gingen het huis binnen en genoten van het middagmaal. Zonder dat de zusters het zagen, bewaarde ik in een papieren servetje drie stukjes vlees. De zusters gingen naar boven, om hun siësta te doen, en ik ging naar buiten en benaderde de kooi. Eerst begon de hond woedend te blaffen, maar toen raakte hij wat in de war, omdat ik niet bang was en hij niets van adrenaline kon ruiken. Het blaffen werd minder. Ik gaf hem door het metalen gaas een stukje vlees en zei op een geruststellende toon: “Wat ben je toch een luidruchtige hond, hier, ruik maar wat ik voor je heb”. Het is niet zo dat een hond Spaans begrijpt, maar hij voelt de energie die in de toon van de woorden doorklinken. Ik herhaalde dit kleine ritueel nog twee keer, met de beide andere stukjes vlees. De hond was nu heel rustig geworden, en blafte niet meer. Ik deed de deur van de kooi open, de hond sprong van blijdschap omhoog, en ik nam hem mee uit wandelen, de berghelling op. De mensen die in een paar huizen rond het convent woorden, en op straat zaten te praten, zagen ons aankomen, en renden onmiddellijk hun huizen in. De hond had in de omgeving een slechte faam. Na de wandeling deed ik de hond in de kooi, hij gehoorzaamde mij alsof ik al jaren land de leider van de groep was. Zo nam ik hem iedere dag een uur mee uit wandelen. De zusters konden gewoon niet geloven wat ze met hun eigen ogen zagen: in drie minuten had ik een totale controle over een hond verkregen, die heel gevaarlijk is als je niet weet wat je doet.

Ik ging wel iedere avond een rondje maken in de tuin. Op een van die avonden (het was al donker) was er een heel sterke wind, en ik zag 30 meter verder op het silhouet van de hond die naar mij toe rende om mij aan te vallen. De wind blies van de hond naar mij toe, dus de hond kon mij niet ruiken. Ook herkende hij mij in de duisternis niet. In een fractie van een seconde begreep ik dat ik iets moest zeggen. Ik zei: “Ik ben het. Wees niet bang”, zoals Jezus toen Hij over het water liep. Onmiddellijk gingen de haren en de oren van de hond naar beneden en hij kwam heel tam naar mij toe om wat geaaid te worden. In één seconde was hij van agressie tot onderwerping overgeschakeld.

Ik vertelde dit verhaal aan de zusters, in de inleiding ter voorbereiding van hun meditatie over Matteüs 14,22-33, want het verhaal is niet alleen histories, maar het is ook een parabel, een symbolische weergave van situaties in het leven van mensen.

Een voorbeeld hoe men verlamd door vrees een nederlaag kan lijden

Nog een voorbeeld, deze keer, hoe een en ander mis kan gaan. We kunnen immers ook leren van onze fouten. Een jonge zuster kwam bij mij voor therapie en, daarna, geestelijke leiding. Ze was in haar jeugd door haar vader seksueel lastig gevallen, en had scrupels over haar seksuele impulsen en masturbatie. Eenmaal daar over heen gekomen, ging ze door met geestelijke leiding. Na haar laatste geloften werd ze door de provinciale overste benoemd tot directeur van een lagere school. In een groep van het vijfde jaar, was er een leerling die de gewoonte had anderen te intimideren (bullying), bijna niet studeerde en lage kwalificaties behaalde. De moeder van de slechte leerling bezocht eerst de lerares, en toen de directeur, om ze te intimideren met het argument dat haar zoon negens en tienen verdiende, net als de zoon van de lerares, en niet vijven en zessen. Toen noch de lerares, noch de directeur zwichtten onder deze druk, viel de moeder hen aan, hen bedreigden dat ze naar de inspecteur van het Ministerie van Onderwijs zou gaan om ze aan te klagen dat die lerares haar eigen kind in haar groep had, als ze niet de kwalificaties van haar zoon veranderden. De lerares van deze klas was de beste van de school, maar had de fout begaan haar eigen zoon in haar groep te hebben, wat verboden was volgens de verordeningen van het Ministerie van Onderwijs. Toen de inspecteur de directeur citeerde en de school een boete oplegde, werden zij en de lerares bang, ook voor de provinciale overste, die heel boos was vanwege de boete.

In de volgende sessie trachtte ik de directeur (de jonge zuster) te helpen om ferm te zijn, en met de kracht van de Heilige Geest deze beproeving te doorstaan, dat wil zeggen, de boete te betalen, maar niet de lerares te ontslaan, die haar ontslag had aangeboden, en de zoon van de lerares in een andere groep onder te brengen. Ik liet haar de vierde overweging mediteren, over het gezag en de macht van Jezus en zijn kerk (Markus 1,21-35). Maar het was tevergeefs. De jonge zuster, verlamd van vrees voor deze woedende hond (de moeder van de slechte leerling geallieerd met de inspecteur), aanvaardde het ontslag van de lerares, en slachtoffer van depressie en slapeloosheid die haar teisterden na deze nederlaag, vroeg ze aan de provinciale overste haar ontslag als directeur te aanvaarden, en zo gebeurde het.

Daarna kwam ze nog een paar keer voor geestelijke leiding: ze was heel teleurgesteld in zichzelf, en zag in dat haar gebrek aan geloof en fermheid tot deze nederlaag hadden geleid. Ik zei haar dat in de toekomst God haar nieuwe gelegenheden zou geven om de overwinning te behalen en dat er dus ongetwijfeld andere beproevingen zouden komen, en dat ze zich daarop moest voorbereiden, om niet opnieuw onder te gaan, maar te leren op water te lopen.

In tijden van troosteloosheid nooit je beslissingen veranderen

Het laatste voorbeeld kan ons helpen iets van de onderscheiding der geesten te begrijpen, waarvan ik al iets heb uitgelegd in de vijfde overweging. Ignatius zegt:

“[Bij de mensen die op de goede weg zijn], is het eigen aan de slechte geest om te knagen, bedroefd te maken en hindernissen in de weg te leggen, waarbij hij met drogredenen onrust verwekt, met het doel dat men niet vooruit zou gaan. En het is eigen aan de goede geest moed en kracht te geven, vertroostingen, tranen, ingevingen en rust, waarbij hij alles vergemakkelijkt en alle hindernissen wegneemt, met het doel dat men vooruitgaat met het goede te doen”.[4]

De jonge zuster werd bekoord door de slechte geest, met drogredenen van machteloosheid, die haar bedroefd maakten, onrust verwekten, en haar geestelijk verlamden, met het doel dat zij het op zou geven. Wanneer men zulke bekoringen heeft, heeft Ignatius een andere regel, die fundamenteel is om succes te hebben in onze apostolische en professionele ondernemingen, namelijk, in tijden van troosteloosheid nooit je beslissingen veranderen:

In tijd van troosteloosheid nooit verandering brengen in de voornemens en het besluit waarin men de dag vóór deze troosteloosheid of tijdens de vorige troost was, maar er standvastig in blijven. Want zoals het tijdens de vertroosting meer de goede geest is die ons gidst en raad geeft, zo is het tijdens de troosteloosheid de slechte geest. En met zijn raadgevingen kunnen wij ons niet op weg begeven om er te komen”.[5]

Helaas was de zuster niet standvastig geweest in haar voornemens om het ontslag van de goede lerares niet te aanvaarden, en om directeur van de school te blijven zijn. Een dubbele nederlaag, omdat ze in tijd van troosteloosheid verandering had aangebracht in de goede beslissingen die ze zich in de geestelijke leiding had voorgenomen.

Aankomen aan de ander oever, waar ons apostolaat vruchtbaar is

Als we eenmaal met Jezus door de storm heen gekomen zijn, bereiken wij de andere oever, met een vruchtbaar apostolaat van evangelisatie en genezing.

De voorgaande uitleg met de verschillende voorbeelden, maken het duidelijk dat we soms spoken projecteren, waar er geen echte bedreiging is, in plaats van op Gods aanwezigheid te letten, maar ook, dat er soms moeilijke, reëel bedreigende situaties bestaan, en hoe we stap voor stap onze angst en de bedreigende situatie kunnen overwinnen, om met Jezus aan de andere oever aan te komen:

  1. In het leven zijn er beproevingen, die een zekere graad van reëel gevaar inhouden, zodat de menselijke, initiële vrees in die situaties normaal is. U moet die gevoelens van vrees aanvaarden, maar niet toelaten dat die vrees uw beslissingen bepaalt.
  2. In zulke situaties moet U eerst door volhardend gebed die gevoelens van vrees laten opkomen en dan er van bevrijd worden door een groot geloof en vertrouwen in God en in uzelf inoefenen.
  3. U moet dat door geloof en hoop bezielde gebed combineren met een objectieve analyse van de situatie, juist zoals een schaakspeler de situatie analyseert en probeert méér zetten te voorzien dan zijn tegenstander.
  4. Bij beslissingen die op lange termijn grote gevolgen hebben, is het nodig een ignatiaanse onderscheiding der geesten te doen, zoals de jonge zuster in de vijfde overweging, om een goede, door troost bevestigde beslissing te nemen.
  5. Als U eenmaal een strategie hebt gepland en vol bent van de energie van de Heilige Geest, dan is de tijd gekomen om de situatie in woord en daad te confronteren.
  6. Dank zij de invloed van de goede geest, is uw optreden tegelijk vol vrede en sereen, en vol zekerheid en energiek. Al bent U geen officiële autoriteit, U bent toch op mysterieuze wijze de baas, op een dieper, pre-verbaal niveau.
  7. Door op deze wijze in uw leven van de ene na de andere overwinning te gaan, “van bergtop tot bergtop” (psalm 84), wordt uw geloof in God en in uzelf steeds groter.

Een en ander wordt goed ten woorde gebracht in de volgende psalm-tekst:

Gelukkig de mensen die sterk zijn in U,
  met de pelgrimsweg in het hart.
  Gaan zij door een laagland van dorre woestijn,
  dan scheppen zij daar een oase:
  zoals wanneer de eerste regen er weldadig neerdaalt.
  Van bergtop tot bergtop gaan zij voort
  om God te ontmoeten in Sion” (Psalm 84, 6-8)

 

1 Francisco González Pineda, La dinámica psicosocial del mexicano
2 William Parker & Elaine St. Johns, La oración en la psicoterapia. (original: Prayer can change your life)
3 Zie de vierde overweging.
4 Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen, nummer 315.
5 Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen, nummer 318.

Als u vragen over de tekst heeft of iets wilt delen met pater Auping, kunt u schrijven naar pater Auping:  [email protected]

Laat wat van je horen

*